ECLI:NL:RBDHA:2025:5318
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen verlenging overdrachtstermijn op grond van onderduiken in Dublinprocedure
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, verzet zich tegen de verlenging van de overdrachtstermijn aan Duitsland op grond van artikel 29 lid 2 van Pro de Dublinverordening, omdat hij ziek was en niet kon verschijnen bij de overdracht. Verweerder verlengde de termijn omdat eiser niet was komen opdagen en dit als onderduiken werd beschouwd.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking van het eerdere besluit waarin de asielaanvraag niet in behandeling werd genomen, de grondslag voor de verlenging niet doet vervallen. De uiterste overdrachtstermijn was op grond van een claimakkoord vastgesteld en de verlenging was tijdig medegedeeld.
De rechtbank vindt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn afwezigheid gerechtvaardigd was. De medische klachten en late melding aan de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) vormen geen verschoonbare reden. Het niet tijdig informeren en het niet verschijnen op meerdere afspraken duiden op onderduiken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken wordt ongegrond verklaard.