Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- Identiteit, nationaliteit en herkomst;
- De seksuele gerichtheid
- Afvalligheid.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Guinee-Bissause asielzoeker, diende een asielaanvraag in op grond van zijn homoseksualiteit. Eerder was een asielaanvraag van hem afgewezen wegens politieke en etnische gronden. In de huidige procedure werd de aanvraag afgewezen omdat de seksuele geaardheid van eiser niet geloofwaardig werd geacht.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht het asielrelaas van eiser kritisch heeft beoordeeld. Er waren tegenstrijdigheden in zijn verklaringen over zijn verleden, relaties en vertrekjaren uit Guinee-Bissau. Ook het feit dat eiser zijn homoseksualiteit pas in een latere procedure aanvoerde, deed afbreuk aan de geloofwaardigheid.
Verweerder paste de Werkinstructie 2019/17 toe en vond de verklaringen van eiser te algemeen en onvoldoende persoonlijk. De verklaring van de partner van eiser werd niet voldoende overtuigend geacht. De rechtbank vond de motivering van verweerder deugdelijk en zag geen aanleiding om het beroep toe te wijzen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar en kan worden bestreden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige seksuele geaardheid wordt ongegrond verklaard.