ECLI:NL:RBDHA:2025:5242
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
In deze zaak heeft verzoekster een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier met het doel familieleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. De voorzieningenrechter heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat dat niet noodzakelijk werd geacht.
Het verzoek is echter niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald. De griffier had verzoekster bij aangetekende brief op 21 januari 2025 in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen vier weken te voldoen, met de waarschuwing dat niet-betaling tot niet-ontvankelijkheid zou leiden. De brief is niet afgehaald en het griffierecht is niet betaald.
Verzoekster heeft geen reden opgegeven voor het niet betalen van het griffierecht, waardoor de rechtbank het verzuim niet verontschuldigbaar acht. Daarom is het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht binnen de gestelde termijn.