ECLI:NL:RBDHA:2025:5211

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 maart 2025
Publicatiedatum
28 maart 2025
Zaaknummer
NL24.41263
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken beroepsgronden tegen besluit minister van Asiel en Migratie

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 24 september 2024. De rechtbank Den Haag beoordeelt dit beroep zonder zitting wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid, conform artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Eiser heeft in het beroepschrift nagelaten de gronden van het beroep te vermelden, hetgeen een vereiste is om ontvankelijk te zijn. De rechtbank heeft eiser meerdere malen de gelegenheid gegeven dit verzuim te herstellen, met uitstelverlening op 18 november 2024, 16 december 2024, 11 februari 2025 en 12 maart 2025. Ondanks deze kansen heeft eiser geen gronden ingediend en geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven.

De rechtbank concludeert dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is en dat het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier B. van der Wiel en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet herstellen van dit verzuim.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.41263

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [vnummer], eiser

(gemachtigde: mr. S.A. Wensing),
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de minister van 24 september 2024.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiser de gronden van het beroep niet heeft vermeld en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. [1] Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Heeft eiser de gronden tijdig vermeld?
4. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser in haar bericht van 23 oktober 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Eiser heeft binnen die termijn geen gronden ingediend. Er zijn meerdere verzoeken voor uitstel voor het indienen van gronden ingediend met als reden dat eiser moeilijk bereikbaar is. Er is door de rechtbank op 18 november 2024, 16 december 2024, 11 februari 2025 en 12 maart 2025 uitstel verleend voor het indienen van de beroepsgronden. Eiser heeft geen gronden ingediend.
Is het niet tijdig vermelden van de gronden verontschuldigbaar?
5. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging
voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van B. van der Wiel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.