ECLI:NL:RBDHA:2025:5194
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinprocedure Frankrijk
Eiseres, een Amerikaans staatsburger, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 18 maart 2025 behandeld en beoordeelt of het besluit van de minister rechtmatig is.
De rechtbank overweegt dat Nederland een verzoek tot terugname aan Frankrijk heeft gedaan en dat Frankrijk dit verzoek heeft aanvaard. Eiseres betoogt dat de overdracht naar Frankrijk onevenredige hardheid oplevert omdat zij gescheiden zal worden van haar echtgenoot die in Nederland een asielprocedure doorloopt. Zij beroept zich op artikelen 10 en 11 en preambule 14 en 15 van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat het beroep faalt omdat het een terugnameverzoek betreft waarop hoofdstuk III van de Dublinverordening niet van toepassing is. Ook is niet gebleken dat eiseres haar asielverzoek in Frankrijk heeft ingetrokken. De minister heeft terecht geen aanleiding gezien om de behandeling van de aanvraag aan zich te trekken. De tijdelijke scheiding van eiseres en haar echtgenoot vormt geen bijzondere individuele omstandigheid die een uitzondering rechtvaardigt.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.