ECLI:NL:RBDHA:2025:5119
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting tijdens bezwaarprocedure verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning aangevraagd voor verblijf bij een gezinslid, maar deze aanvraag is op 23 januari 2025 door de minister van Asiel en Migratie afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Omdat de minister heeft aangegeven dat verzoeker Nederland niet mag blijven wachten op de bezwaarbehandeling en moet terugkeren naar Turkije, heeft verzoeker een spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om een voorlopige voorziening en constateert dat de minister zich niet verzet tegen het niet-uitzetten van verzoeker gedurende de bezwaarprocedure. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe en bepaalt dat de uitzetting wordt geschorst totdat op het bezwaar is beslist.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van verzoeker, inclusief het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, conform artikel 8:83 lid 3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het bezwaar is beslist.