ECLI:NL:RBDHA:2025:5117
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- W.R. van Hattum
- E.C. Kole
- S.S. Buisman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van verkrachting ondanks relatie en seksueel contact
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van verkrachting van een vrouw met een verstandelijke beperking in de periode van september 2022 tot januari 2023. De tenlastelegging betrof twee incidenten waarbij verdachte zou hebben gedwongen tot seksuele handelingen.
Tijdens de terechtzitting op 14 maart 2025 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging gehoord. De officier van justitie achtte het primair tenlastegelegde bewezen voor het incident van 3 januari 2023, maar eiste vrijspraak voor het subsidiair tenlastegelegde. De verdediging pleitte voor vrijspraak van beide tenlasteleggingen.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was voor dwang of verkrachting op 3 september 2022 en sprak verdachte vrij voor dat incident. Voor het incident van 3 januari 2023 concludeerde de rechtbank dat hoewel seksueel contact had plaatsgevonden, de verklaringen en bewijsmiddelen onvoldoende waren om dwang overtuigend vast te stellen. Ook het subsidiair tenlastegelegde werd niet bewezen geacht.
De rechtbank sprak verdachte daarom volledig vrij en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van dwang bij verkrachting.