ECLI:NL:RBDHA:2025:5083

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 maart 2025
Publicatiedatum
27 maart 2025
Zaaknummer
NL24.50623
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen op bezwaar

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid. Zij stelde dat de minister niet tijdig had beslist op haar bezwaar en stelde de minister op 2 december 2024 in gebreke. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling te vroeg is gedaan, omdat de beslistermijn, inclusief opschorting, pas op 10 december 2024 eindigde.

Volgens de Algemene wet bestuursrecht moet een betrokkene eerst schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist, voordat beroep kan worden ingesteld. Omdat eiseres dit niet heeft nageleefd, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier L.M. Kalkman en is uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2025. Eiseres kan binnen zes weken een verzetschrift indienen als zij het niet eens is met deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50623
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. D. van Elp),

en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

De minister heeft op 9 april 2024 beslist op de aanvraag van eiser om een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Eiseres heeft bezwaar ingediend tegen dit besluit. De minister heeft volgens haar niet tijdig beslist op dit bezwaar. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Deze uitspraak gaat over dat beroep.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van de verplichting om griffierecht te betalen. Eiseres heeft voldoende aangetoond dat zij aan de voorwaarden voor deze vrijstelling voldoet. De rechtbank verleent eiseres daarom vrijstelling van de verplichting om griffierecht te betalen.
3. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een bezwaar beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen beslissing op het bezwaar is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen..2
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
Is het beroep van eiseres ontvankelijk?
4. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. In dit geval eindigde de termijn voor het nemen van een beslissing op het bezwaar op 28 oktober 2024. De beslistermijn is echter opgeschort geweest tussen 20 mei 2024 en 3 juli 2024. Hierdoor zijn er 43 dagen toegevoegd aan de beslistermijn, wat maakt dat de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op bezwaar eindigde op 10 december 2024. Eiseres heeft de minister op 2 december 2024 in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
20 maart 2025

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.