ECLI:NL:RBDHA:2025:5076
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding proceskosten niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Nadat de minister alsnog een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank stelde vast dat het griffierecht van €187,- niet was betaald, ondanks een aangetekende aanmaning. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is betaling van griffierecht een voorwaarde voor toegang tot de rechter.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om proceskostenvergoeding pas beoordeeld kan worden als aan deze voorwaarde is voldaan. Daarom verklaarde zij het verzoek niet-ontvankelijk en zag af van inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.