Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De vreemdeling, met Pakistaanse nationaliteit, stelde beroep in tegen een maatregel van bewaring die op 11 maart 2025 door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd. Hij voerde aan dat hem ten onrechte geen M122-formulier was uitgereikt en dat zijn ophouding onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring terecht was opgelegd op basis van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. De vermeende tekortkoming in het uitreiken van het M122-formulier faalde omdat de vreemdeling niet in strafrechtelijke detentie zat, maar was opgehouden op grond van artikel 50, tweede lid, Vw, vanwege het ontbreken van identiteitsdocumenten en het noodzakelijke onderzoek naar zijn identiteit.
De rechtbank stelde vast dat de zware gronden voor bewaring, waaronder het risico op onderduiken en een aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening, feitelijk juist waren en niet door eiser waren betwist. De lichte gronden droegen eveneens bij aan het risico op onderduiken. De ambtshalve toetsing wees niet op onrechtmatigheid van de maatregel.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 26 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.