ECLI:NL:RBDHA:2025:4911
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoekers, samen met hun minderjarige kinderen, hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. Deze aanvragen zijn door de minister van Asiel en Migratie bij besluiten van 29 januari 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 12 maart 2025 behandeld, samen met andere gerelateerde zaken. Tijdens de zitting waren verzoekers en hun gemachtigde aanwezig, evenals de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de hoofdzaak, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk werd geacht.
Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter T.A. Oudenaarden en is openbaar bekendgemaakt op 26 maart 2025. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.