ECLI:NL:RBDHA:2025:4888
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing ongewenstverklaring wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Eiser, een Litouwse staatsburger, is in 2012 tot ongewenst vreemdeling verklaard vanwege meerdere strafbare feiten gepleegd in Nederland. Na eerdere afwijzingen heeft hij in november 2022 opnieuw verzocht om opheffing van deze verklaring. De minister van Asiel en Migratie heeft dit verzoek afgewezen omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden uit het Vreemdelingenbesluit 2000 en geen bijzondere feiten of omstandigheden had aangevoerd.
De rechtbank bevestigt dat eiser niet voldoet aan de wettelijke criteria voor opheffing en dat het enkele tijdsverloop sinds de ongewenstverklaring geen bijzondere omstandigheid vormt. Hoewel eiser betoogt dat hij geen gevaar voor de openbare orde vormt en spijt heeft betuigd, heeft hij geen concrete bewijsstukken overlegd die dit ondersteunen. De minister heeft terecht een belangenafweging gemaakt waarbij het Nederlandse belang prevaleert.
De rechtbank oordeelt dat het besluit niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en dat de weigering tot opheffing proportioneel is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de ongewenstverklaring blijft van kracht. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en de verklaring blijft van kracht.