De passagiers hadden een boeking voor een TUI-vlucht van Amsterdam naar Bonaire op 13 september 2022, die met aanzienlijke vertraging vertrok en aankwam. Zij vorderden een vergoeding van €600 per persoon op grond van EU-verordening 261/2004 vanwege deze vertraging.
TUI voerde verweer dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk het tekort aan beveiligingspersoneel bij de veiligheidscontrole op Schiphol, waardoor de luchtvaartmaatschappij niet aansprakelijk is voor vergoeding. De kantonrechter oordeelde dat het tekort aan beveiligingspersoneel inderdaad een buitengewone omstandigheid is, omdat het een uitzonderlijke situatie betrof die buiten de normale bedrijfsuitoefening valt.
Verder werd vastgesteld dat TUI redelijke maatregelen had getroffen om de vertraging te beperken, zoals het wachten op passagiers en het uitvoeren van de rotatievlucht met beperkte vertraging. De kantonrechter wees de vorderingen van de passagiers af en veroordeelde hen in de proceskosten van TUI.