ECLI:NL:RBDHA:2025:4695

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 maart 2025
Publicatiedatum
21 maart 2025
Zaaknummer
NL24.47907
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Senegal

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoekster beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag af te wijzen als kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter werd verzocht een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag al uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.47906), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.

Daarnaast werd overwogen dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter J.F.I. Sinack en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.47907

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. B.J.P.M. Ficq),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 november 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.47906, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 21 maart 2025 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.Y. Chakur, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.