Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Verzoeker heeft bij het verzoekschrift geen afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft en geen kopie van het bezwaarschrift overgelegd. De rechtbank heeft verzoeker hierop bij aangetekende brief van 27 juni 2022 verzocht dit verzuim binnen twee weken te herstellen. Verzoeker heeft dit niet gedaan en heeft ook geen reden voor het verzuim gegeven.
Gezien het ontbreken van deze essentiële stukken is het voor de voorzieningenrechter onduidelijk waar het verzoek om voorlopige voorziening op ziet. Daarom is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en is het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.E. van de Merbel op 12 maart 2025 en is zonder zitting bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het besluit en bezwaarschrift.