ECLI:NL:RBDHA:2025:4476
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker heeft op 23 mei 2024 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 22 mei 2024. De voorzieningenrechter heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting, omdat het griffierecht niet is betaald en er geen verschoonbare reden voor het niet betalen is gegeven.
Volgens artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht moet griffierecht worden betaald bij het indienen van een verzoekschrift. Verzoeker heeft verzocht om kwijtschelding van het griffierecht wegens betalingsonmacht, maar dit verzoek is op 18 november 2024 afgewezen. De griffierechterkenning moest uiterlijk 4 december 2024 worden voldaan, maar is niet ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat zonder betaling van het griffierecht en zonder geldige reden het verzoek niet inhoudelijk kan worden behandeld. Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk en wijst het verzoek af zonder proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht zonder verschoonbare reden.