ECLI:NL:RBDHA:2025:4430
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid in vreemdelingenzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de afwijzing van zijn aanvraag door de Minister van Asiel en Migratie. De minister had het primaire besluit op 17 juni 2024 genomen en het bezwaar van verzoeker op 12 februari 2025 afgewezen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan als er een beroepsprocedure loopt tegen het besluit op bezwaar. Omdat verzoeker geen beroep heeft ingesteld tegen de beslissing op het bezwaarschrift, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
Daarom wordt het verzoek niet inhoudelijk behandeld en afgewezen zonder zitting. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.H. de Groot en griffier B.A. van der Wiel en is openbaar bekendgemaakt op 20 maart 2025.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.