Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2025 in de zaak tussen
[eiser] en [eiseres] , uit [woonplaats] , eisers
(gemachtigde: mr. J.S. Makhan-Idu)
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk om hun handhavingsverzoek af te wijzen. Dit verzoek betrof de niet volledige naleving van de verleende omgevingsvergunning voor zonnepanelen op de parkeergarage van een gebouw. Eisers stelden dat het dak niet conform de vergunning was aangelegd en dat er geen toestemming was gegeven voor de gewijzigde situatie.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om handhaving was ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zodat de oude Wabo-regelgeving van toepassing bleef. Uit het dossier bleek dat de wijziging van de zonnepanelen, waaronder een andere oriëntatie en het ontbreken van een strook panelen, vergunningvrij was op grond van artikel 3 onder Pro 8 van bijlage II bij het Bor. Er was geen sprake van een welstandsexces, zoals bevestigd door de Welstands- en monumentencommissie.
De rechtbank concludeerde dat het college terecht heeft afgezien van handhavend optreden omdat geen overtreding was vastgesteld. Het beroep van eisers werd daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eisers kregen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek is ongegrond verklaard omdat de wijziging vergunningvrij is.