ECLI:NL:RBDHA:2025:4211
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit minister
Verzoeker heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 26 juli 2024 en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om uitzetting te voorkomen totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft bij uitspraak van 18 maart 2025 het hoofdberoep ongegrond verklaard, waardoor geen aanleiding bestaat om een voorlopige voorziening te treffen. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een voorlopige voorziening slechts worden verleend indien onverwijlde spoed dat vereist en gelet op de belangen van partijen.
Gezien de afwijzing van het hoofdberoep wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit wordt afgewezen.