ECLI:NL:RBDHA:2025:4210
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsrecht Britse burger wegens onvoldoende middelen en geen duurzaam verblijf
Eiser, een Britse burger die sinds juni 2017 in Nederland verblijft, had een verblijfsrecht als economisch niet-actieve gemeenschapsonderdaan op grond van het Terugtrekkingsakkoord. Dit recht werd ingetrokken nadat bleek dat hij sinds december 2020 een bijstandsuitkering ontvangt en niet langer een duurzame relatie met zijn Nederlandse partner onderhoudt.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor duurzaam verblijf zoals bedoeld in de Verblijfsrichtlijn, omdat hij niet onafgebroken gedurende vijf jaar over voldoende middelen beschikte. De minister heeft het verblijfsrecht terecht beëindigd op grond van het Vreemdelingenbesluit.
Eiser voerde aan dat hij vanwege ziekte en gebrek aan sociaal netwerk in het Verenigd Koninkrijk niet kan terugkeren en deed een beroep op het arrest Jawo. De rechtbank acht dit niet aannemelijk en concludeert dat de belangenafweging in het nadeel van eiser uitvalt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de intrekking van zijn verblijfsrecht wordt ongegrond verklaard en het verblijfsrecht blijft ingetrokken.