ECLI:NL:RBDHA:2025:4133
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering visum kort verblijf tijdens Ramadan en Suikerfeest
Verzoekster, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft een visum voor kort verblijf aangevraagd om tijdens de Ramadan en het Suikerfeest bij haar man in Nederland te zijn. De minister van Buitenlandse Zaken heeft deze aanvraag afgewezen vanwege onvoldoende aantoonbare verblijfdoelen en twijfel over het voornemen om Nederland tijdig te verlaten.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het primaire besluit te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek feitelijk geen voorlopige voorziening betreft, omdat toewijzing zou betekenen dat de minister voor een voldongen feit wordt gesteld. Dit is alleen toegestaan bij een zwaarwegend spoedeisend belang en twijfel aan rechtmatigheid.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het wenselijk is dat verzoekster tijdens de feestdagen bij haar man is, maar dit vormt geen zwaarwegend spoedeisend belang. Bovendien kan de man ook naar Marokko reizen om samen te vieren. Er is ook geen sterke twijfel aan de rechtmatigheid van het primaire besluit, mede gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie EU en de ruime beoordelingsruimte van de autoriteiten.
Verzoekster heeft onvoldoende onderbouwd dat zij een sterke binding met Marokko heeft, en haar eerdere pogingen om een faciliterend visum te verkrijgen wijzen op een permanent verblijf in Nederland. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegend spoedeisend belang en geen twijfel aan rechtmatigheid.