ECLI:NL:RBDHA:2025:4132
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 21 januari 2025 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de hoofdzaak (zaaknummer NL25.629) op dezelfde dag is behandeld en uitspraak is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.