ECLI:NL:RBDHA:2025:4018
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen
Verzoekers dienden twee beroepen in tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag. De rechtbank verklaarde het eerste beroep gegrond en gaf de minister een termijn om alsnog te beslissen. De minister besloot vervolgens de aanvraag toe te wijzen, waarna verzoekers het beroep introkken en proceskostenvergoeding vorderden.
De rechtbank oordeelde dat het tweede beroep geen procesbelang had omdat het dezelfde kwestie betrof als het eerste beroep dat nog liep. Hierdoor was het tweede beroep niet ontvankelijk en was er geen aanleiding voor proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a Awb.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding af als kennelijk ongegrond en deed dit zonder zitting op basis van artikel 8:54 Awb Pro. Verzoekers werd gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om de minister te veroordelen in proceskosten wordt afgewezen wegens gebrek aan procesbelang en kennelijke ongegrondheid.