ECLI:NL:RBDHA:2025:3979

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 maart 2025
Publicatiedatum
14 maart 2025
Zaaknummer
NL24.44855
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen machtiging voorlopig verblijf

Eisers hebben twee beroepen ingediend tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Het eerste beroep werd op 7 juni 2024 ingediend en is op 11 december 2024 door de rechtbank behandeld. Het tweede beroep, ingediend op 14 november 2024, betreft dezelfde aanvraag en hetzelfde onderwerp.

De rechtbank beoordeelt ambtshalve of er procesbelang bestaat bij het tweede beroep. Gezien de eerdere uitspraak op het eerste beroep en het feit dat de rechtbank niet twee keer kan beslissen over hetzelfde onderwerp, concludeert de rechtbank dat het procesbelang ontbreekt. Bovendien zijn er geen nieuwe feiten, omstandigheden of relevante wetswijzigingen aangevoerd die het tweede beroep rechtvaardigen.

Daarom verklaart de rechtbank het tweede beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.44855

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],
gezamenlijk: eisers,
(gemachtigde: mr. J. Eliya),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eisers tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 31 oktober 2023 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis.
2. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

3. Eisers hebben op 7 juni 2024 een eerste beroep (NL24.23710) tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag ingediend. Op 14 november 2024 is nogmaals een beroep (NL24.44855) tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag ingediend. Bij uitspraak van 11 december 2024 heeft deze rechtbank en zittingsplaats uitspraak gedaan in het beroep van 7 juni 2024. Onderhavige uitspraak gaat over het beroep van 14 november 2024.
4. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eisers procesbelang hebben bij een beoordeling van hun tweede beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang. Er is door deze rechtbank en zittingsplaats immers al beslist op het (eerste) beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van eisers. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep gericht tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit dat hetzelfde doel dient, namelijk het verzoek tot het opleggen van een beslistermijn aan de minister, hebben eisers geen belang bij hun tweede beroep.
5. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat eisers geen nieuwe feiten en omstandigheden, dan wel een relevante wijziging van recht aan dit beroep ten grondslag hebben gelegd.

Conclusie en gevolgen

6. Het onderhavige beroep van eisers tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).