ECLI:NL:RBDHA:2025:3951
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid relaas en onvoldoende nieuwe feiten
Eiser, van Egyptische nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in na eerdere afwijzingen die in rechte onherroepelijk waren verklaard. Hij stelde dat hij vanwege zijn vermeende conflicten met de staatsveiligheidsdienst in Egypte vreest voor zijn leven. Ter onderbouwing overhandigde hij onder meer getuigenverklaringen, een krantenartikel en een criminele antecedentenverklaring met vermeende gefingeerde veroordelingen.
De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de nieuwe documenten en verklaringen onvoldoende waren om het eerdere oordeel te herzien. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de minister de aanvraag zorgvuldig had beoordeeld, inclusief het horen van eiser en het stellen van verdiepende vragen.
De rechtbank vond het ongeloofwaardig dat eiser, ondanks zijn beweringen over problemen met een hooggeplaatste functionaris, jarenlang zonder problemen in Egypte heeft kunnen verblijven, werken en legaal het land verlaten. Ook het argument dat de antecedentenverklaring was gemanipuleerd werd niet aannemelijk geacht.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de afwijzing van de aanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S.A. van Hoof en griffier R.C. Lubbers op 13 maart 2025.
Uitkomst: De opvolgende asielaanvraag wordt afgewezen als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardigheid van het relaas.