De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van mensensmokkel door vreemdelingen te helpen bij hun verblijf in Nederland uit winstbejag. De tenlastelegging betrof het faciliteren van illegaal verblijf en werk van drie vreemdelingen in de periode van eind maart tot begin april 2022.
Tijdens de zitting op 28 februari 2025 heeft de officier van justitie een gevangenisstraf van drie maanden, geheel voorwaardelijk, en een taakstraf geëist. De verdediging vroeg primair vrijspraak en subsidiair nader onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte uit winstbejag handelde. Hoewel vreemdelingen verklaarden huur te hebben betaald en kennissen vermoedens hadden van winstmotief, ontbrak concreet bewijs zoals onverklaarde contante geldbedragen of consistente verklaringen. Verdachte verklaarde uit vriendendienst te hebben geholpen zonder vergoeding.
Daarom kon het tenlastegelegde feit niet worden bewezen en sprak de rechtbank verdachte vrij. Het vonnis werd uitgesproken op 14 maart 2025 door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag.