ECLI:NL:RBDHA:2025:382
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder na huiselijk geweld en contactbreuk vader
De rechtbank Den Haag behandelde op 10 januari 2025 het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag over de minderjarige te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. De ouders hadden tot februari 2024 een affectieve relatie en oefenden gezamenlijk gezag uit over hun kind, dat bij de moeder woont.
Uit de stukken en de zitting bleek dat er sprake was van huiselijk geweld, waarna de moeder de relatie met de vader heeft verbroken. Sindsdien is er geen contact meer tussen de ouders en heeft de vader geen verweer gevoerd noch op de zitting verschenen. De rechtbank concludeerde dat de vader niet betrokken is bij het leven van de minderjarige.
Gezien het belang van de minderjarige acht de rechtbank het noodzakelijk dat de moeder voortaan zelfstandig gezagsbeslissingen kan nemen. Daarom wijst de rechtbank het verzoek van de moeder toe en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarige en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.