In deze zaak verzoekt de gecertificeerde instelling een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling. De minderjarige verblijft reeds in een instelling en heeft een geschiedenis van incidenten, waaronder het innemen van slaapmedicatie tijdens verlof, waardoor het risico op onveiligheid bij terugkeer naar huis te groot wordt geacht.
De moeder staat achter het verzoek en is tevreden over de huidige plek en begeleiding van haar kind. De vader is niet verschenen bij de zitting, maar is wel juist opgeroepen. De kinderrechter heeft met de minderjarige gesproken en concludeert dat de plaatsing noodzakelijk is voor zijn verzorging en opvoeding.
De minderjarige krijgt in de nieuwe accommodatie rust, duidelijke regels en begeleiding, waaronder ondersteuning bij verslavingsproblematiek. De kinderrechter verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en verleent de machtiging tot uithuisplaatsing tot het einde van de ondertoezichtstelling op 28 april 2025.