ECLI:NL:RBDHA:2025:380

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 januari 2025
Publicatiedatum
14 januari 2025
Zaaknummer
AWB 24/ 16383
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht

Verzoeker heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie tot intrekking van zijn verblijfsvergunning. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is.

De kern van het oordeel is dat verzoeker het vereiste griffierecht van €187,- niet tijdig heeft betaald. De griffier heeft verzoeker meerdere malen in de gelegenheid gesteld het griffierecht te voldoen, onder meer door aangetekende brief en een reguliere brief, maar verzoeker heeft niet betaald en geen verontschuldiging gegeven voor het verzuim.

Omdat het niet betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar is, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het verzoek niet inhoudelijk wordt beoordeeld, en er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens en gepubliceerd op Rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24 / 16383

uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 januari 2025 in de zaak tussen

[verzoeker], uit Delft, verzoeker

geboren op [geboortedatum]
V-nummer: [vnummer]
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de intrekking van de verblijfsvergunning van verzoeker. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
1.2.
Verweerder heeft bij besluit van 17 september 2024 de verblijfsvergunning ingetrokken. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Toetsingskader
2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. [1] In een zaak als deze is het griffierecht € 187,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
Heeft verzoeker het griffierecht tijdig betaald?
2.1.
De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 18 oktober 2024 verzoeker in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekende verzonden brief niet is afgehaald en retour is gekomen. Bij brief van 19 november 2024 is de nota nogmaals verzonden naar het opgegeven adres van verzoeker. Verzoeker heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
2.2.
Verzoeker heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van B.A. van der Wiel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit is geregeld in artikel 8:82 van Pro de Awb in samenhang met artikel 8:41 van Pro de Awb.