ECLI:NL:RBDHA:2025:3619
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling met Algerijnse nationaliteit
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, is op 13 december 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel van bewaring duurt voort en verweerder heeft de rechtbank op 28 februari 2025 geïnformeerd over het voortduren hiervan. Eiser heeft geen reactie gegeven op de voortgangsrapportage van verweerder.
De rechtbank heeft het beroep ambtshalve getoetst en vastgesteld dat het voortduren van de maatregel tot het sluiten van het onderzoek op 27 december 2024 rechtmatig was. Sindsdien blijkt uit het dossier dat verweerder regelmatig contact heeft gehad met de Algerijnse autoriteiten, die de nationaliteit van eiser bevestigden en toezegden een laissez-passer af te geven. Tevens zijn vertrekgesprekken gevoerd en is een vluchtaanvraag met escort geregeld.
Gezien deze feiten en het ontbreken van reactie van eiser, oordeelt de rechtbank dat het voortduren van de maatregel in redelijkheid gerechtvaardigd is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.