ECLI:NL:RBDHA:2025:3470
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak over rechtmatig verblijf
Verzoekster heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen die haar in staat zou stellen het beroep tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie af te wachten. De minister had vastgesteld dat verzoekster geen rechtmatig verblijf meer had in Nederland op grond van het Unierecht.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 7 januari 2025 behandeld en op 14 februari 2025 uitspraak gedaan. De rechtbank heeft het onderliggende beroep ongegrond verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening feitelijk overbodig werd.
Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.