ECLI:NL:RBDHA:2025:3417

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 maart 2025
Publicatiedatum
6 maart 2025
Zaaknummer
NL25.5395
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 56 VwArt. 54 VwVreemdelingenwet 2000Vreemdelingenbesluit 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling vrijheidsbeperkende maatregel vreemdeling zonder rechtmatig verblijf

Eiser, van Chinese nationaliteit en zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd op 24 januari 2025 een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Deze maatregel hield in dat eiser zich vanaf 31 januari 2025 moest bevinden in de gemeente Westerwolde, specifiek in de VBL-locatie te Ter Apel, vanwege het belang van de openbare orde en het feit dat eiser niet vrijwillig vertrok.

Eiser voerde aan dat de maatregel onterecht was omdat er geen zicht was op uitzetting naar China vanwege zijn ongedocumenteerde status. De rechtbank stelde vast dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft en dat hij niet voldeed aan de verplichting Nederland te verlaten na een terugkeerbesluit van 18 november 2024. De maatregel was gericht op het waarborgen van het vertrekproces en was volgens de rechtbank proportioneel en evenredig.

De minister motiveerde dat eiser geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, onvoldoende middelen bezit en veroordeeld is voor een strafbaar feit. De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat terugkeer onmogelijk zou zijn, mede op basis van informatie van DT&V en een lopende aanvraag bij de Chinese autoriteiten.

Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel is ongegrond verklaard omdat de maatregel proportioneel en evenredig was.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.5395

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en

de Minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: drs. B.H. Wezeman).

Procesverloop

Bij besluit van 24 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, als bedoeld in artikel 56 van Pro de Vw [1] (hierna: de vrijheidsbeperkende maatregel).
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Bij besluit van 5 februari 2025 heeft de minister de vrijheidsbeperkende maatregel opgeheven, omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.
De rechtbank heeft het beroep op 28 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde zijn zonder voorafgaande kennisgeving niet verschenen.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Chinese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] .
2. Op grond van artikel 56, eerste lid, van de Vw kan door de minister overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te geven regels, indien het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid zulks vordert, de vrijheid van beweging worden beperkt van de vreemdeling die:
a. geen rechtmatig verblijf heeft;
b. rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d, en e.
2.1.
Op grond van artikel 56, tweede lid, van de Vw blijft toepassing van het eerste lid achterwege, dan wel wordt de toepassing beëindigd, zodra de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en hiertoe voor hem ook gelegenheid bestaat.
2.2.
De vrijheidsbeperkende maatregel kan ingevolge artikel 5.1 van het Vb [2] bestaan uit:
a. een verplichting zich bij verblijf in Nederland in een bepaald gedeelte van Nederland te bevinden, of;
b. een verplichting zich te houden aan een verbod om zich in een bepaald gedeelte of bepaalde gedeelten van Nederland te bevinden.
2.3.
In paragraaf A5/1 van de Vc [3] staat vermeld dat, anders dan bij de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel zoals neergelegd in de Vw, een vrijheidsbeperkende maatregel in de regel niet disproportioneel zal zijn indien deze nodig is voor de voorbereiding van het vertrek van de vreemdeling. Wel moet worden nagegaan of in de gegeven omstandigheden, de door de vreemdeling gestelde belangen zwaarder moeten wegen dan het belang van de overheid bij het beschikbaar houden van de vreemdeling voor het vertrekproces.
2.4.
In paragraaf A5/5 van de Vc staat vermeld dat de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56 van Pro de Vw - in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van artikel 54 eerste Pro lid, van de Vw - wordt opgelegd op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid aan de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, dan wel aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e Vw.
Het bestreden besluit
3. De minister heeft eiser verplicht om met ingang van 31 januari 2025 te verblijven in de gemeente Westerwolde, waar hij zich in de VBL [4] in Ter Apel dient op te houden. De minister heeft overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert en acht hierbij van belang dat eiser niet heeft voldaan aan de rechtsplicht om uit eigen beweging Nederland te verlaten. Verder heeft eiser geen vaste woon- of verblijfplaats en beschikt hij niet over voldoende middelen van bestaan. Daarnaast is eiser veroordeeld voor een strafbaar feit en zijn vertrek nog niet gelukt.
Standpunten eiser
4. Eiser voert aan dat de vrijheidsbeperkende maatregel ten onrechte aan hem is opgelegd. Er is geen zicht op uitzetting naar China, omdat eiser ongedocumenteerd is.
Oordeel van de rechtbank
5. De rechtbank stelt vast dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Hierdoor heeft hij niet langer recht op opvang en voorzieningen vanuit het COa. Op 18 november 2024 is aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd en eiser heeft zich niet aan de rechtsplicht gehouden om Nederland te verlaten. De rechtbank is van oordeel dat de vrijheidsbeperkende maatregel tot aan het moment van opheffen daarvan proportioneel en evenredig was. De minister heeft in de maatregel voldoende gemotiveerd waarom de vrijheidsbeperkende maatregel aan eiser is opgelegd. De rechtbank benadrukt dat de plaatsing in de VBL diende om erop te kunnen toezien dat eiser daadwerkelijk werkt aan zijn vertrek. Eisers stelling dat zicht op uitzetting naar China ontbreekt, omdat hij ongedocumenteerd is, volgt de rechtbank niet. Uit de landenpagina China van DT&V [5] volgt dat zelfstandige terugkeer naar China mogelijk is en verder heeft de gemachtigde van de minister ter zitting toegelicht dat er een lp-aanvraag is ingediend bij de Chinese autoriteiten.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000
2.Vreemdelingenbesluit 2000.
3.Vreemdelingencirculaire 2000.
4.Vrijheidsbeperkende locatie
5.Dienst Terugkeer & Vertrek