Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving
een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten brandstichting (als bedoeld in artikel 157 van Pro het Wetboek van Strafrecht),
opzettelijk
voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten een of meer molotov-cocktails en/of een hoeveelheid benzine, althans een brandbare vloeistof, (een) (wijn)fles(sen), een sok(ken) en/of een aansteker,
kennelijk bestemd tot het begaan van dat misdrijf,
heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad,
een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie,
te weten een molotov-cocktail en/of een of meer glazen flessen gevuld met een hoeveelheid benzine, althans een brandbare vloeistof,
zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door
vuur of door middel van ontploffing
voorhanden heeft gehad;
3.De bewijsbeslissing
een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie,
te weten een molotovcocktail, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering tot tenuitvoerlegging
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
90 (NEGENTIG) DAGEN;
69 (NEGENENZESTIG) DAGEN, niet zal worden ten uitvoer gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
100 (HONDERD) UREN;
50 (VIJFTIG) DAGEN;