ECLI:NL:RBDHA:2025:3321

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 februari 2025
Publicatiedatum
6 maart 2025
Zaaknummer
AWB 23_14355
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht bij visumaanvraag

De zaak betreft een beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar visumaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. Na afwijzing van de aanvraag en het bezwaar, diende eiseres beroep in bij de rechtbank. De rechtbank heeft vastgesteld dat het griffierecht van €187,- niet is betaald, ondanks herhaalde verzoeken en aanmaningen door de griffier.

Eiseres had verzocht om vrijstelling van het griffierecht, maar heeft geen bewijs geleverd dat zij hiervoor in aanmerking komt. De rechtbank heeft eiseres meerdere malen in de gelegenheid gesteld om het griffierecht te voldoen, onder meer via aangetekende brieven, maar zonder resultaat. Er is geen geldige reden aangevoerd voor het niet betalen.

Op grond van artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is het niet betalen van het griffierecht een reden om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank heeft daarom het beroep niet inhoudelijk behandeld en verklaart het niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/14355

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2025 in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S. Bouddount)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder.

Procesverloop

Op 21 oktober 2022 heeft verweerder de visumaanvraag van eiseres afgewezen. Eiseres is hiertegen in bezwaar gegaan. Op 13 november 2023 heeft verweerder dit bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres is hiertegen op 7 december 2023 in beroep gegaan.
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend tegen de beslissing op bezwaar van 7 december 2023.
Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 187,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen. [2]
4. Eiseres heeft in het beroepsschrift van 7 december 2023 verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De griffier heeft eiseres per brief van 21 december 2023 verzocht om gegevens te verstrekken waaruit blijkt dat eiseres in aanmerking komt voor vrijstelling van het griffierecht. Eiseres heeft hieraan geen gehoor gegeven. De griffier heeft eiseres daarom op 11 september 2024 een brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Eiseres heeft hieraan geen gehoor gegeven. De rechtbank heeft eiseres wederom op 10 oktober 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. Nader door de rechtbank ingesteld onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 14 oktober 2024 bij het kantoor van de gemachtigde van eiseres is bezorgd. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
5. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. [3] Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van N. Khalloufi, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2025.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.artikel 8:41, zesde lid, van de Awb.
3.artikel 8:54, van de Awb.