ECLI:NL:RBDHA:2025:3181
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking verblijfsrecht EU
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin is vastgesteld dat zij geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft op grond van het EU-recht. Dit besluit werd bevestigd in het bestreden besluit waarbij het bezwaar van verzoekster ongegrond werd verklaard.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 17 december 2024, waarbij verzoekster niet aanwezig was. Op dezelfde dag is ook uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer AWB 24/12179). Gezien deze uitspraak acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het intrekkingsbesluit van het EU-verblijfsrecht wordt afgewezen.