Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser, V-nummer: [V-nummer],
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij zijn moeder. De rechtbank had bij eerdere uitspraak van 17 april 2024 een termijn van twintig weken gesteld waarbinnen de minister een besluit moest nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Deze termijn is inmiddels verstreken en ondanks de opgelegde dwangsom is nog geen besluit genomen. De rechtbank oordeelt dat een nieuwe ingebrekestelling niet vereist is en stelt een nieuwe beslistermijn van twee weken vast. Tevens legt zij een verhoogde dwangsom op van € 200 per dag met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wordt definitief toegewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, stelt een nieuwe beslistermijn van twee weken, legt een dwangsom op en veroordeelt de minister in de proceskosten.