Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft tegen het besluit van 9 januari 2025, waarbij zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard, beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening buiten zitting behandeld en geoordeeld dat deze niet meer nodig is omdat op hetzelfde moment uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.1936).
De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van een voorlopige voorziening is komen te vervallen door de uitspraak op het beroep. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 26 februari 2025 door voorzieningenrechter K.M. de Jager te Middelburg. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk. De beslissing is gebaseerd op artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is afgewezen.