ECLI:NL:RBDHA:2025:2922
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens schending recht op rechtsbijstand bij inbewaringstelling
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 17 februari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat zijn recht op rechtsbijstand tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling was geschonden, omdat zijn gemachtigde niet aanwezig kon zijn en de hoorambtenaar onvoldoende inspanningen verrichtte om telefonisch contact mogelijk te maken.
De rechtbank oordeelde dat de hoorambtenaar onvoldoende pogingen had ondernomen om de gemachtigde van eiser bij het gehoor te betrekken, ondanks het uitdrukkelijke verzoek en de ernstige psychische toestand van eiser. Hierdoor was het recht op rechtsbijstand geschonden, wat een ernstig gebrek vormde dat de inbewaringstelling onrechtmatig maakte.
De rechtbank concludeerde dat de belangen van eiser zwaarder wogen dan die van verweerder en dat de maatregel van bewaring daarom met ingang van 27 februari 2025 opgeheven moest worden. Tevens kende de rechtbank een schadevergoeding toe van €1.000,- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde zij de Staat in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de maatregel van bewaring wordt opgeheven en een schadevergoeding van €1.000,- wordt toegekend.