ECLI:NL:RBDHA:2025:2921
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens bezit Cubaanse nationaliteit en terugkeerbaarheid
Eiser, van Syrische afkomst, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vrees voor vervolging in Syrië. Hij stelde dat hij lid was van de vrijmetselarij en daarom gevaar liep. Verweerder erkende de problemen in Syrië, maar achtte het ongeloofwaardig dat eiser geen Cubaanse nationaliteit bezit, mede omdat eiser jarenlang zonder problemen op Cuba verbleef.
De rechtbank beoordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn Syrische geboorteplaats en nationaliteit, terwijl het aannemelijk was dat hij de Cubaanse nationaliteit bezit. Eiser kon geen documenten overleggen die zijn verblijf op Cuba op basis van een studentenvisum onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht aannam dat eiser de Cubaanse nationaliteit heeft en zich op Cuba kan vestigen.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het bestreden besluit van afwijzing van de asielaanvraag en het terugkeerbesluit in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter B. van Velzen en griffier M.M. Mercelina.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiser de Cubaanse nationaliteit bezit en zich op Cuba kan vestigen.