ECLI:NL:RBDHA:2025:2862
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie beoordeeld om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser, van Somalische nationaliteit, stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege risico op indirect refoulement en gebrek aan effectief rechtsmiddel in Duitsland.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete informatie heeft overlegd om aan te tonen dat het Duitse asiel- en opvangsysteem zodanige tekortkomingen vertoont dat overdracht een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro oplevert. Ook is niet gebleken dat eiser in Duitsland effectief rechtsbijstand wordt onthouden.
Verder is volgens de rechtbank binnen de Dublinprocedure geen ruimte om het risico op indirect refoulement bij overdracht te beoordelen, tenzij het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt, wat hier niet het geval is. Het verzoek om voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de procedure in het beroep is afgerond.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is en wijst het beroep af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.