ECLI:NL:RBDHA:2025:2826

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 februari 2025
Publicatiedatum
26 februari 2025
Zaaknummer
NL24.50521
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30b VwArt. 31 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en militaire dienstweigering

Eiser, een Turkse Koerd, verzocht asiel in Nederland wegens weigering militaire dienstplicht in Turkije en discriminatie. Hij diende zijn aanvraag in op 26 november 2024, maar de minister wees deze af als kennelijk ongegrond op 10 december 2024.

De rechtbank behandelde het beroep op 31 januari 2025 en oordeelde dat de minister terecht de identiteit van eiser ongeloofwaardig achtte, mede omdat eiser zijn paspoort en identiteitskaart had vernietigd en alleen een kopie van zijn rijbewijs overlegd had. Daarnaast vond de rechtbank dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn dienstplichtontduiking, ondanks screenshots van e-Devlet, die niet aan hem te koppelen waren.

De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat hij het voordeel van de twijfel had moeten krijgen en bevestigde dat de minister op grond van artikel 30b, eerste lid, onder d en h, van de Vreemdelingenwet 2000 de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond kon afwijzen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50521

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. W.N. van der Voet),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. I. Vugs).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Hij heeft op 26 november 2024 zijn asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 10 december 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
2. De rechtbank heeft beroep op 31 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [naam] als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de minister de asielaanvraag van eiser terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd: de beroepsgronden.
Het asielrelaas
4. Eiser stelt dat hij is geboren op [datum] 1998, dat hij de Turkse nationaliteit heeft en dat hij tot de Koerdische bevolkingsgroep behoort. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij Turkije is ontvlucht, omdat hij weigert zijn militaire dienstplicht te voldoen. Eiser wil geen dienst bewijzen aan een staat die hem vanwege zijn Koerdische afkomst niet wil hebben. Eiser verklaart verder dat hij in Turkije meerdere problemen heeft gehad in verband met zijn dienstplichtontduiking. Hij kon niet werken, is meerdere keren aangehouden en hij moet ook een hoge boete betalen. Tot slot geeft hij aan dat hij vanwege zijn Koerdische afkomst werd gediscrimineerd.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
 identiteit, nationaliteit en herkomst,
 militaire dienstweigering;
 discriminatie.
6. De minister acht eisers identiteit en de militaire dienstweigering ongeloofwaardig. De andere asielmotieven acht de minister geloofwaardig, maar de minister vindt niet dat eiser een gegronde vrees voor vervolging heeft of bij terugkeer naar Turkije een reëel risico loopt op ernstige schade. De minister heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser zijn paspoort en identiteitskaart heeft vernietigd en weggegooid in Frankrijk [1] en omdat hij in Nederland niet onmiddellijk asiel heeft aangevraagd toen dat mogelijk was. [2] Eiser is namelijk Nederland ingereisd, is vervolgens doorgereisd naar Engeland, en heeft in Nederland zijn asielaanvraag pas ingediend nadat hij was teruggestuurd naar Nederland.
De beroepsgronden
7. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij zijn identiteit ongeloofwaardig acht. Eiser heeft ter identificatie een kopie van zijn rijbewijs overgelegd. Het is eiser bekend dat in andere asielbeschikkingen de identiteit wel geloofwaardig is bevonden, zonder dat documenten zijn overgelegd. Eiser heeft in beroep alsnog een bewijsstuk ter onderbouwing van zijn dienstweigering overgelegd, namelijk twee screenshots van zijn Turkse e-Devlet. Volgens eiser blijkt daaruit dat hij in Turkije is geregistreerd als ‘dienstplichtig illegaal’. Tevens blijkt daaruit dat er een inmiddels hoog boetebedrag openstaat vanwege de dienstplichtontduiking. Tot slot voert eiser aan dat hij een goede reden had om niet onmiddellijk asiel aan te vragen in Nederland. Engeland was immers zijn reisdoel. Eiser stelt dat hij twee ooms heeft die naar Engeland zijn gevlucht en dat hij zich bij hen wilde voegen. Eiser stelt dat hij echter op de boot is aangehouden en met dezelfde boot is teruggestuurd.
Identiteit
8. Vast staat dat eiser ter identificatie alleen een kopie van zijn rijbewijs heeft overgelegd. Eiser heeft bij het aanmeldgehoor verklaard dat hij in het bezit is geweest van een paspoort en een identiteitskaart en dat hij deze heeft verscheurd en weggegooid toen hij in Frankrijk aankwam. [3]
9. De minister heeft de identiteit niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. De minister heeft eiser daarbij mogen tegenwerpen dat hij zijn identiteit niet met originele identificerende documenten heeft aangetoond, aangezien hij zich daarvan heeft ontdaan. Daarbij heeft de minister kunnen overwegen dat de identiteit niet met de kopie van het rijbewijs kan worden vastgesteld, aangezien de kopie niet op echtheid kan worden onderzocht. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat eiser bij het aanmeldgehoor op 29 november 2024 al erop is gewezen [4] dat hij zijn identiteit alleen met het origineel van zijn rijbewijs kan aantonen. Eiser heeft sindsdien geen pogingen ondernomen om het origineel van het rijbewijs in bezit te krijgen, terwijl eiser ter zitting heeft aangegeven dat het origineel bij zijn moeder ligt.
10. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat de minister zijn identiteit geloofwaardig had moeten achten of dat de minister hem het voordeel van de twijfel had moeten geven omdat de minister andere vreemdelingen onder vergelijkbare omstandigheden wel het voordeel van de twijfel heeft gegeven. Eiser heeft namelijk geen concrete gevallen genoemd. Daarbij overweegt de rechtbank dat in artikel 31, zesde lid, van de Vw omstandigheden zijn genoemd waarin de minister de vreemdeling het voordeel van de twijfel kan gunnen voor het ontbreken van documenten. Een van die omstandigheden is dat de vreemdeling zijn aanvraag zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Eiser wordt tegengeworpen dat hij dat niet heeft gedaan en dat hij daarvoor geen goede reden had. Eiser heeft niet onderbouwd dat vreemdelingen onder die omstandigheid wel het voordeel van de twijfel is gegund.
Dienstplichtontduiking
11. De minister heeft de gestelde dienstplichtontduiking ongeloofwaardig geacht, omdat eiser onvoldoende documenten heeft overgelegd om het asielmotief te onderbouwen. Ook vormen eisers verklaringen over de dienstplichtontduiking geen samenhangend en aannemelijk geheel. De minister heeft in dat verband overwogen dat eiser heeft verklaard dat hij een oproep voor militaire dienst heeft gekregen en ook processen-verbaal zijn opgemaakt, waarin staat dat hij een hoge boete moet betalen, maar dat hij deze niet heeft overgelegd. Eiser is tijdens het nader gehoor in de gelegenheid gesteld om in te loggen op zijn e-Devlet, maar eiser heeft daarop verklaard dat hij het wachtwoord niet heeft en dat hij al vier of vijf jaar geen toegang heeft. [5]
12. De door eiser in beroep overgelegde screenshots van zijn e-Devlet zijn niet in het Nederlands vertaald. Ter zitting heeft de tolk toegelicht wat er op de screenshots te lezen is. Daaruit is echter niet gebleken dat de screenshots aan eiser te koppelen zijn. Er zijn geen persoonsgegevens van eiser op de screenshots vermeld. Met het overleggen van de screenshots heeft eiser dus nog steeds geen begin van bewijs geleverd van zijn dienstplichtontduiking. Daarbij heeft de minister het niet ten onrechte bevreemdend mogen vinden dat eiser aan de ene kant stelt vanwege zijn gestelde dienstplichtontduiking vele problemen te ervaren, maar aan de andere kant blijkbaar wel een nieuw paspoort heeft kunnen aanvragen.
13. Op basis daarvan oordeelt de rechtbank dat de minister eisers verklaringen over de gestelde militaire dienstplichtweigering niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft bevonden.
Kennelijke afdoening
14. De minister heeft aan het bestreden besluit twee gronden ten grondslag gelegd op basis waarvan hij heeft besloten om de aanvraag af te wijzen als kennelijk ongegrond: de d- en de h-grond van artikel 30b, eerste lid, van de Vw.
15. Niet in geschil is dat eiser zich in Frankrijk heeft ontdaan van zijn paspoort en identiteitskaart. Eiser heeft dat zelf bij het aanmeldgehoor verklaard (zie ook rechtsoverweging 8). De minister heeft reeds daarin reden mogen zien om gebruik te maken van zijn bevoegdheid als bedoeld in artikel 30b, eerste lid, onder d, van de Vw om de aanvraag af te wijzen als kennelijk ongegrond. De redenen waarom eiser in Nederland niet onmiddellijk asiel heeft gevraagd toen dat mogelijk was, kunnen daarom buiten bespreking blijven.
16. De asielaanvraag is terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Conclusie en gevolgen

17. Het beroep is ongegrond.
18. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 24 februari 2025 door mr. A.J. de Danschutter, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 30b, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Artikel 30b, eerste lid, onder h, van de Vw.
3.Rapport aanmeldgehoor 29 november 2024, pagina 4 van 12.
4.Rapport aanmeldgehoor 29 november 2024, pagina 4 van 12.
5.Rapport nader gehoor 6 december 2024, pagina 11 van 19.