ECLI:NL:RBDHA:2025:2793

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 februari 2025
Publicatiedatum
25 februari 2025
Zaaknummer
NL23.16136
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens overlijden eiseres bij mvv-aanvraag

Eiser diende namens zijn moeder, eiseres, een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), welke door de minister werd afgewezen. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat door de minister ongegrond werd verklaard. Hiertegen werd beroep ingesteld bij de rechtbank.

Tijdens de procedure overleed eiseres, waarna de minister de rechtbank informeerde over het overlijden en vroeg te beoordelen of er nog procesbelang bestond. Omdat een mvv-aanvraag een persoonlijk recht betreft dat niet op erfgenamen overgaat, verviel met het overlijden van eiseres het procesbelang. De zoon, als referent, stelde geen eigen belang in de procedure.

De rechtbank concludeerde daarom dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en deed uitspraak zonder zitting. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N.R. Hoogenberk op 11 februari 2025.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na het overlijden van eiseres.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.16136
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres en

[eiser] ,eiser, samen te noemen eisers,
(gemachtigde: mr. I. Petkovski),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eisers tegen het besluit op bezwaar van de minister van 4 mei 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser heeft op 8 juli 2021 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor eiseres, zijn moeder. De minister heeft deze aanvraag op 21 september 2021 afgewezen. Eisers hebben hiertegen bezwaar gemaakt. Met het besluit van 4 mei 2023 heeft de minister dit bezwaar ongegrond verklaard. Eisers hebben tegen dit besluit beroep ingesteld.
3. Op 9 juli 2024 is namens eiseres een aanvraag om een mvv ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor het verblijfsdoel ‘tijdelijke humanitaire gronden’. Op 11 juli 2024 heeft de minister deze aanvraag ingewilligd.
4. Op 3 september 2024 heeft de minister laten weten dat eiseres op 24 augustus 2024 is overleden. De minister geeft de rechtbank in overweging om na te gaan wat dit betekent voor het belang dat nog bij het beroep bestaat.
5. Op 18 oktober 2024 heeft de gemachtigde van eiser de rechtbank laten weten dat eiser de zaak wil doorzetten en dat hij eiser heeft gevraagd om hem per omgaande te laten weten welk belang er nog bij het beroep bestaat. In aanvulling daarop heeft de gemachtigde op 27 november 2024 laten weten dat eiser niet heeft gereageerd en hem ook geen opdracht heeft gegeven om het beroep in te trekken. Namens eiser refereert de gemachtigde zich aan het oordeel van de rechtbank.
6. De rechtbank ziet zich als gevolg van het overlijden van eiseres gesteld voor de vraag of nog sprake is van procesbelang.
7. Deze procedure gaat over de afwijzing van een mvv-aanvraag ten behoeve van wijlen eiseres. Een mvv betreft geen voor overgang vatbaar recht dat (onder algemene titel) op eventuele erfgenamen overgaat. Een beslissing over zo’n aanvraag betreft in principe uitsluitend eiseres. Nu sprake is van een persoonlijk belang van wijlen eiseres, is met haar overlijden in principe het procesbelang komen te vervallen. Eiser heeft geen (ander) belang bij deze procedure naar voren gebracht.
8. Omdat geen procesbelang meer bestaat bij deze procedure, zal het beroep kennelijk niet ontvankelijk worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. N.R. Hoogenberk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
11 februari 2025
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.