Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
2.Het incident tot tussenkomst, subsidiair voeging.
3.De feiten
Inschrijvingsbegroting
Bankgarantie 5% (eindigd bij ingang onderhoudstermijn)’
4.Het geschil
De inschrijving van [eiseres] is ten onrechte als ongeldig terzijde gesteld. De begroting maakt geen onderdeel uit van de overeenkomst. Voor wat betreft de bankgarantie volstaat dat [eiseres] in het Inschrijvingsbiljet heeft verklaard dat zij een aanbieding doet ‘overeenkomstig de bepalingen van het Aanbestedingsreglement Werken 2016 en met inachtneming van de bepalingen en de gegevens zoals deze zijn omschreven in de aanbestedingsstukken.' Daarin ligt besloten dat [eiseres] instemt met de verplichting dat zij zo spoedig mogelijk nadat het werk aan haar is opgedragen de gevraagde bankgaranties zal verstrekken. Dat in de Inschrijvingsbegroting geen (zelfstandige) kostenpost is opgenomen voor de bankgarantie die moet worden afgegeven voor de onderhoudstermijn kan niet worden uitgelegd als een indicatie dat [eiseres] de 2,5% garantie niet zou aanbieden. In geval van vermeende tekortkomingen in de open inschrijfbegroting had de Staat vragen moeten stellen op grond van artikel 2.55 Aw. [eiseres] had dan kunnen verduidelijken dat zij met haar inschrijving bedoeld heeft om, conform uitvraag, óók een 2,5%-bankgarantie aan te bieden. Voor wat betreft de bedrijfskeuken geldt dat [eiseres] de kosten daarvan heeft opgenomen in de begroting omdat zij twee antwoorden in de NvI (ref. nrs 353 en 354) over het hoofd heeft gezien. Feitelijk biedt [eiseres] daardoor meer aan dan is gevraagd. Dat is een kennelijke vergissing. Fouten in de inschrijvingsbegroting zijn bovendien herstelbaar. De ongeldigverklaring is dan ook disproportioneel. Bovendien is terzijdelegging van de inschrijving van [eiseres] in strijd met artikel 1.4 lid 2 Aw, dat bepaalt dat de aanbestedende dienst moet zorgdragen voor een maximale maatschappelijke waarde. Het is immers vanuit het oogpunt van de belastingbetaler moeilijk te rechtvaardigen dat de inschrijving van [eiseres] terzijde is gelegd terwijl die economisch veel voordeliger is dan die van IJbouw.
een en ander met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure, inclusief nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
5.De beoordeling
(SAG), rechtsoverweging 40). Daarnaast moet de verbetering of aanvulling betrekking hebben op gegevens waarvan objectief kan worden vastgesteld dat zij dateren van vóór de datum van de inschrijving.
(Manova), rechtsoverweging 39 en 40 en meer recent HvJ EU 28 februari 2018, zaken C-523 en 536/16, ECLI:EU:C:2018:122, rechtsoverweging 49 en 51).
,dat inhoudt dat de reactie van de aanbestedende dienst op een verzuim van een inschrijver in verhouding tot dat verzuim moet staan, al verdisconteerd (zie rechtsoverweging 5.11): op grond van het proportionaliteitsbeginsel moet de aanbestedende dienst als wordt voldaan aan de eerdergenoemde criteria voor herstel de inschrijver gelegenheid bieden tot herstel van het verzuim.
6.De beslissing
€ 1.999,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiseres]
€ 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;