Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:27450

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/696033 / FA RK 25-9408
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • G. van Zeben-de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Den Haag behandelde op 30 december 2025 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1999 te Guinee en woonachtig te Leiden. Betrokkene voerde verweer tegen verlenging, stellende dat hij goed functioneert en inmiddels fulltime werkt als verkeersregelaar. De zorgaanbieder stelde dat het gedrag van betrokkene, gekenmerkt door paranoïde wanen en verwardheid, nog onvoldoende is onderzocht en dat betrokkene geen ziektebesef heeft, waardoor verplichte zorg noodzakelijk blijft.

De rechtbank overwoog dat betrokkene lijdt aan een psychotische decompensatie die leidt tot ernstig nadeel, waaronder maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de algemene veiligheid. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de verplichte zorg is evenredig en effectief. De zorgmachtiging wordt daarom voor drie maanden verlengd om verder diagnostisch onderzoek en behandeling mogelijk te maken.

De beschikking omvat onder meer het toedienen van medicatie, medische controles, beperkingen in de vrijheid, onderzoek aan kleding en woonruimte, en opname in een accommodatie. De machtiging geldt tot en met 30 maart 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de zorgmachtiging voor drie maanden tot en met 30 maart 2026 vanwege het ontbreken van ziektebesef en het risico op ernstig nadeel zonder verplichte zorg.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/696033 / FA RK 25-9408
Datum beschikking: 30 december 2025

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] , Guinee,
wonende te Leiden,
advocaat: mr. M.F. Laning te 's-Gravenhage.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 12 december 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 10 december 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 10 december 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 11 december 2025;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 december 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de casemanager, [naam 2] , en de sociaal psychiatrisch verpleegkundige, [naam 3] , namens de zorgaanbieder;
- de vader en de moeder van betrokkene.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is verweer gevoerd tegen verlenging van de zorgmachtiging. Betrokkene heeft naar voren gebracht dat het goed met hem gaat en dat hij nu fulltime werkt als verkeersregelaar. Het is lastig met zijn werk om vrij te krijgen voor de afspraken met de hulpverlening. Op de zitting van 4 november 2025 was afgesproken dat de zorgmachtiging voor twee maanden zou worden toegewezen en de hulp daarna in het vrijwillig kader zou worden voortgezet. Betrokkene heeft de afgelopen periode meegewerkt. Hij is naar zijn afspraken gekomen en is open naar de hulpverlening toe. De advocaat heeft aangevoerd dat de zorgmachtiging voor een korte periode was toegewezen om in contact te komen met betrokkene en dat betrokkene daaraan heeft meegewerkt. Verder heeft hij nu een baan en zijn er de afgelopen periode geen nieuwe incidenten geweest.
Namens de zorgaanbieder is naar voren gebracht dat er sinds de zitting op 4 november 2025 twee afspraken zijn geweest met betrokkene, maar dat deze periode te kort was om goed onderzoek te kunnen doen naar het verwarde en paranoïde gedrag van betrokkene. Tijdens deze afspraken is wel duidelijk geworden dat betrokkene geen ziektebesef en -inzicht heeft. Betrokkene is van mening dat er geen sprake is van psychiatrische problematiek en vindt medicatie niet nodig. Verlenging van de zorgmachtiging is nodig zodat het toestandsbeeld van betrokkene verder onderzocht kan worden en er snel ingegrepen kan worden als het (weer) misgaat. Het risico is groot dat betrokkene zonder zorgmachtiging niet meer naar zijn afspraken zal komen en hij weer uit beeld raakt. Eerder is het in het vrijwillig kader ook meermaals niet gelukt om betrokkene goed in beeld te krijgen en hulpverlening op te starten. Betrokkene krijgt op dit moment nog geen medicatie, maar als na verder onderzoek blijkt dat dit noodzakelijk is, dan is het van belang dat dit ook toegediend kan worden.
De vader heeft naar voren gebracht dat betrokkene de afgelopen periode heeft meegewerkt en dat de afspraak was dat de hulpverlening daarna zou worden voortgezet in het vrijwillig kader. Betrokkene heeft geen verkeerde dingen meer gedaan of verward gedrag laten zien en hij is hard bezig om zijn leven weer op te bouwen. De vader begrijpt daarom niet waarom verlenging van de zorgmachtiging is verzocht.

Beoordeling

Op 4 november 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twee maanden, tot en met 4 januari 2026.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten psychotische decompensatie.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene is in beeld gekomen in verband met paranoïde wanen en verward gedrag wat tot verschillende incidenten heeft geleid. Hoewel er de afgelopen twee maanden is gestart met de diagnostiek van betrokkene is er nog verder onderzoek nodig naar zijn gedrag. Het toestandsbeeld van betrokkene is hierdoor nog onvoldoende behandeld waardoor het ernstig nadeel wat daarmee samenhangt nog onverminderd aanwezig is.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene heeft geen ziektebesef en -inzicht en de verwachting is groot dat betrokkene zonder het gedwongen kader van een zorgmachtiging niet meer naar zijn afspraken zal komen en mee zal werken aan verder onderzoek en behandeling. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank acht de duur van drie maanden voldoende om het zoals hiervoor overwogen diagnostisch onderzoek verder te kunnen uitvoeren. De zorgmachtiging zal daarom worden verleend voor de duur van drie maanden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] , Guinee,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg in ieder geval de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 maart 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, rechter, bijgestaan door mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 december 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 14 januari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.