Het contactmoment vindt plaats op de dag dat [instelling] beschikbaar is. Mochten de ouders op die dag niet kunnen, dan wordt de omgang verplaatst naar een andere dag die week.
[minderjarige] krijgt een vaste kindbegeleider bij [instelling] , die de contactmomenten begeleidt.
Het contactmoment vindt niet plaats als [minderjarige] zodanig ziek is dat hij ook niet naar school zou gaan.
Uitgangspunt is dat de begeleiding vanuit [instelling] minimaal zes maanden zal duren. De contactmomenten zullen in eerste instantie plaatsvinden op een locatie van [instelling] . Dit gebeurt in de regel eens per twee weken. Indien [instelling] dit wenselijk vindt, kunnen de contactmomenten ook wekelijks plaatsvinden, rekening houdend met belastbaarheid en met de schoolgang van [minderjarige] .
De kindbegeleider zal, na consultatie van de ouders, bepalen wanneer het in het belang van [minderjarige] is om de contactmomenten in de thuissituatie van vader te laten plaatsvinden.
De moeder brengt [minderjarige] naar het contactmoment en na afloop van het contactmoment brengt de vader [minderjarige] terug naar huis. Het brengen en halen gebeurt door de ouders alleen. Als de kindbegeleider het niet verantwoord vindt dat de vader alleen is met [minderjarige] , haalt moeder [minderjarige] ook op na afloop van het contactmoment.
De kindbegeleider maakt een schriftelijk verslag van ieder contactmoment en deelt dit met beide ouders. De kindbegeleider bespreekt ook ieder contactmoment na met zowel de vader als de moeder. Vader kan in dat gesprek eventueel verdere handvatten krijgen en moeder kan zicht geven op het welbevinden van [minderjarige] na de omgang.
De ouders hebben afgesproken dat de huidige partner van de vader en haar kinderen niet zullen worden geïntroduceerd gedurende de eerste zes maanden na aanvang van de begeleide contactmomenten. De kindbegeleider zal, na consultatie van de ouders en op basis van de ontwikkeling van [minderjarige] , bepalen wanneer introductie passend is. Het tempo en hetgeen [minderjarige] nodig heeft en aankan, zijn daarbij leidend. De kennismaking van [minderjarige] met de huidige partner van de vader en haar kinderen zal worden begeleid vanuit [instelling] en vindt gesplitst plaats, waarbij eerst de nieuwe partner van de vader aan [minderjarige] zal worden geïntroduceerd en op een later moment de kinderen van de nieuwe partner van de vader zullen worden geïntroduceerd.
[instelling] zal als einddoel hanteren dat [minderjarige] onbegeleid bij de vader thuis verblijft, in aanwezigheid van de nieuwe partner van de vader en haar kinderen. Indien het gedragen kan worden door [minderjarige] , zal [instelling] daarbij toewerken naar een verblijf inclusief overnachting(en), zoals beschreven in het lichaam van deze beschikking. Indien [instelling] dit einddoel wegens de belastbaarheid en mogelijkheden van [minderjarige] niet haalbaar acht, dient dat te worden opgenomen en toegelicht in het eindverslag.
Evaluatie met beide ouders vindt plaats aan het einde van het traject. Deze evaluatie wordt door [instelling] neergelegd in een eindverslag. Dat verslag wordt voorgelegd aan de rechtbank. De rechtbank zal vervolgens de uiteindelijke zorgregeling vaststellen. Tussen het laatste contactmoment bij [instelling] en de beschikking van de rechtbank waarbij de definitieve zorgregeling wordt vastgelegd, blijft in ieder geval de tot dan toe opgebouwde regeling van kracht, tenzij [instelling] aangeeft dat er contra-indicaties zijn.
Partijen en [instelling] kunnen in onderling overleg afwijken van deze voorwaarden, mits zij overeenstemming bereiken over de afwijking. Als zij het niet eens worden, blijft hetgeen in deze beschikking is opgenomen van kracht.