De moeder verzocht de rechtbank om de voogdij van de gecertificeerde instelling over haar minderjarige kind te beëindigen en haar het ouderlijk gezag te herstellen. De gecertificeerde instelling stemde in met dit verzoek. De minderjarige was sinds 2014 onder voogdij gesteld omdat de moeder destijds zelf minderjarig was.
De minderjarige verbleef van 2016 tot augustus 2023 in een pleeggezin, maar de situatie daar was problematisch. Sinds augustus 2023 woont het kind weer bij de moeder, met intensieve begeleiding via Senzazorg. De terugplaatsing is positief verlopen en de minderjarige maakt duidelijke vooruitgang.
De rechtbank oordeelt dat de moeder duurzaam in staat is de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen en dat het belang van het kind hiermee gediend is. De voogdij van de gecertificeerde instelling wordt beëindigd en het gezag aan de moeder hersteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen dragen hun eigen proceskosten.