ECLI:NL:RBDHA:2025:27329

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/677697 / FA RK 24-9176
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:247 lid 2 BWArt. 1:277 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging voogdij en herstel ouderlijk gezag moeder over minderjarige

De moeder verzocht de rechtbank om de voogdij van de gecertificeerde instelling over haar minderjarige kind te beëindigen en haar het ouderlijk gezag te herstellen. De gecertificeerde instelling stemde in met dit verzoek. De minderjarige was sinds 2014 onder voogdij gesteld omdat de moeder destijds zelf minderjarig was.

De minderjarige verbleef van 2016 tot augustus 2023 in een pleeggezin, maar de situatie daar was problematisch. Sinds augustus 2023 woont het kind weer bij de moeder, met intensieve begeleiding via Senzazorg. De terugplaatsing is positief verlopen en de minderjarige maakt duidelijke vooruitgang.

De rechtbank oordeelt dat de moeder duurzaam in staat is de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen en dat het belang van het kind hiermee gediend is. De voogdij van de gecertificeerde instelling wordt beëindigd en het gezag aan de moeder hersteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen dragen hun eigen proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de voogdij van de gecertificeerde instelling en herstelt het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-9176
Zaaknummer: C/09/677697
Datum beschikking: 24 december 2025

Beëindiging voogdij en herstel gezag

Beschikking op het op 16 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Uzumcu in Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

de gecertificeerde instelling.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder;
  • de brief van 1 december 2025 van de gecertificeerde instelling;
  • het bericht van 5 december 2025 namens de moeder;
  • de e-mail van 9 december 2025 van de gecertificeerde instelling.
Aangezien de gecertificeerde instelling heeft aangegeven achter het namens de moeder ingediende verzoek te staan, heeft de geplande zitting op 24 december 2025 geen doorgang gevonden.
De minderjarige [de minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om haar mening te geven over het verzoek in een gesprek met de kinderrechter, maar zij heeft daar geen gebruik van gemaakt.

Feiten

- Uit de moeder is geboren de nu nog minderjarige [de minderjarige] , geboren op
[geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] .
- Bij beschikking van 18 september 2014 van deze rechtbank is Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden (inmiddels overgegaan in de gecertificeerde instelling) benoemd tot voogdes over [de minderjarige] vanwege de minderjarigheid van de moeder.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt de voogdij van de gecertificeerde instelling over [de minderjarige] te beëindigen en haar met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] te belasten, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De gecertificeerde instelling heeft bij brief van 1 december 2025 ingestemd met het verzoek van de moeder.

Beoordeling

Gezag/voogdij
Op grond van artikel 1:277 BW Pro kan de ouder wiens gezag is beëindigd, op zijn verzoek in het gezag worden hersteld indien:
herstel in het gezag in het belang van de minderjarige is, en
de ouder duurzaam de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat is te dragen.
Uit de stukken is de rechtbank het volgende gebleken. Bij beschikking van 18 september 2014 is de gecertificeerde instelling benoemd tot voogdes over [de minderjarige] , omdat de moeder op dat moment zelf nog minderjarig was. Van 2016 tot augustus 2023 is [de minderjarige] uit huis geplaatst in een pleeggezin, maar daar ging het niet goed met haar. In augustus 2023 is [de minderjarige] weer bij de moeder gaan wonen, met een intensief begeleidingsplan via Senzazorg. De terugplaatsing van [de minderjarige] bij haar moeder is positief verlopen en sindsdien maakt [de minderjarige] duidelijke voortuitgang.
De rechtbank is van oordeel dat er aan de genoemde criteria is voldaan en dat het in het belang van [de minderjarige] is dat de moeder in het gezag wordt hersteld. [de minderjarige] verblijft al ruim twee jaar bij de moeder en dat gaat goed. Daarbij overweegt de rechtbank dat uit de visie van de gecertificeerde instelling blijkt dat de opvoedsituatie bij de moeder veilig en stabiel is, dat [de minderjarige] zich positief ontwikkelt en dat er geen zorgen meer zijn die extra ondersteuning nodig maken. [de minderjarige] groeit op dit moment op in een omgeving waar zij zich veilig, gezien en gesteund voelt. De moeder biedt [de minderjarige] rust en stabiliteit, waardoor [de minderjarige] weer ruimte heeft om zich te ontwikkelen en kind te zijn. [de minderjarige] en haar moeder verdienen een groot compliment voor de ontwikkeling die zij de afgelopen periode samen hebben gemaakt. De rechtbank is daarom van oordeel dat de moeder duurzaam in staat is om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] te dragen en dat dit ook in het belang van [de minderjarige] is. Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek van de moeder toewijzen en de moeder met het gezag over [de minderjarige] belasten onder gelijktijdige beëindiging van de voogdij van de gecertificeerde instelling.
Proceskosten
Aangezien het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
beëindigt de voogdij van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Haaglanden,
over de minderjarige:
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] ;
*
belast de moeder met de uitoefening van het ouderlijk gezag over [de minderjarige] ;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 december 2025.