ECLI:NL:RBDHA:2025:27296

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/685667 / FA RK 25-3845
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 1:377g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator en voorlopige wijziging zorgregeling in complexe ouderlijke zorggeschil

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van minderjarige kinderen om wijziging van de zorgregeling vanwege hun wens om minder contact met hun vader te hebben. De ouders zijn het oneens over de aanpak en de vader vreest contactverlies, terwijl de moeder de kinderen steunt in hun wens. De gecertificeerde instelling benadrukte het belang van het centraal stellen van de kinderen.

De rechtbank constateerde een complexe situatie met een langdurige afwijzing van de vader door de kinderen en een impasse tussen ouders en jeugdbeschermer. Gezien de strijdige belangen en onduidelijkheid over de oorzaak van de weerstand, besloot de rechtbank ambtshalve een bijzondere curator te benoemen om de wensen en behoeften van de kinderen te onderzoeken en te vertegenwoordigen.

Voorlopig werd de zorgregeling aangepast naar negen dagen bij de moeder en vijf dagen bij de vader, gepland rondom het weekend dat de kinderen van de partner van de vader niet aanwezig zijn, om rust te creëren. De bijzondere curator moet eind maart 2026 verslag uitbrengen, waarna de rechtbank de zorgregeling definitief zal beoordelen. De behandeling van het verzoek wordt aangehouden tot 15 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator en wijzigt voorlopig de zorgregeling in het belang van de kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-3845
Zaaknummer: C/09/685667
Datum beschikking: 24 december 2025

Informele rechtsingang ex artikel 1:377g BW

Benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW Pro

Beschikkingnaar aanleiding van de op 26 mei 2025 en 2 september 2025 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang als bedoeld in artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) van:

[minderjarige 1] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. B. Beekman uit Noordwijk,
en

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als informant wordt aangemerkt:
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling,

Procedure

Bij brieven ingekomen op 26 mei 2025 en 2 september 2025 heeft [minderjarige 1] zich tot de rechtbank gewend.
[minderjarige 1] heeft op 8 oktober 2025 tijdens een gesprek in raadkamer haar brieven toegelicht.
Op 25 november 2025 is op de zitting van deze rechtbank zowel de onderhavige zaak als het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] (C/09/693018 / JE RK 25-1757)
gecombineerd behandeld. Op het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling is bij afzonderlijke beschikking van 25 november 2025 beslist. De vader heeft in de procedure naar aanleiding van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling documenten toegestuurd, zoals is besproken tijden de zitting.
De rechtbank heeft ook in deze procedure kennisgenomen van die stukken.
Op de zitting zijn verschenen:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- [naam] als vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling.
De kinderrechter heeft [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] naar hun mening over het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 3] hebben hierover op 24 november 2025 in raadkamer een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Omdat de beide procedures gecombineerd zijn behandeld heeft de kinderrechter tijdens de zitting samengevat weergegeven wat [minderjarige 1] en [minderjarige 3] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [minderjarige 2] heeft geen mening gegeven.

Feiten

- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van:
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats] ,
  • [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2016 in [geboorteplaats] .
- [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] zijn erkend door de vader.
- De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] .
- Bij beschikking van 19 januari 2021 is de volgende zorgregeling bepaald:
- op maandag na school tot woensdagochtend naar school zijn de kinderen bij de moeder;
- op woensdag na school tot vrijdag naar school zijn de kinderen bij de vader;
- in de even weken zijn de kinderen van vrijdag na school tot maandag naar school bij de moeder;
- in de oneven weken zijn de kinderen van vrijdag na school tot maandag naar school bij de vader.

Aanvraag en reacties ouders

[minderjarige 1] heeft de kinderrechter in haar brieven en tijdens het gesprek gevraagd om wijziging van de zorgregeling. Zij heeft daarbij gezegd dat zij het liefste helemaal niet meer, maar in ieder geval minder vaak naar haar vader wil toegaan. Dat is de aanleiding voor de onderhavige procedure.
De kinderrechter heeft opnieuw met [minderjarige 1] en ook met [minderjarige 3] gesproken in verband met het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. Tijdens dit gesprek heeft ook [minderjarige 3] aangegeven dat zij minder vaak naar de vader wil gaan. Tijdens het kindgesprek met [minderjarige 2] dat in november 2024 heeft plaatsgevonden in het kader van het verzoek om een ondertoezichtstelling heeft ook [minderjarige 2] aangegeven dat hij minder vaak bij de vader wil zijn.
De moeder steunt de kinderen in hun wens. Ze wil graag dat de kinderen contact hebben met de vader. In dat kader heeft ze eerder ook voorstellen gedaan om het contact tussen de vader en de kinderen overzichtelijk voor hen te houden, maar tegelijkertijd constateert de moeder dat er een aanhoudende wens van de kinderen is om minder/geen contact met de vader te willen hebben. De moeder wil de kinderen steunen in hun wens. Ook wil de moeder graag rust voor de kinderen en wil zij hen niet dwingen tot hulpverlening.
De vader heeft steeds gezegd dat het probleem is ontstaan door het ontbreken van emotionele toestemming van de moeder. Ook door het overleggen van stukken heeft de vader willen aantonen dat het probleem zich al voortdoet sinds het uiteengaan van de ouders. De vader vindt het nodig dat er systeemtherapie gaat plaatsvinden en dat de kinderen hulp krijgen. Volgens de vader komt dit niet van de grond door de houding van de moeder. De vader is bang voor het verliezen van contact met de kinderen als er niks verandert aan de situatie en als de zorgregeling wordt aangepast in die zin dat hij de kinderen minder vaak ziet.
De vader heeft voorbeelden gegeven van de afwijzing van hem en zijn partner door de kinderen. Zo heeft hij bijvoorbeeld gewezen op een foto van de tekst op de kast van [minderjarige 1] , op hoe de kinderen hun halfzusje noemen en op het feit dat de vader bij zijn voornaam wordt genoemd. Ook heeft de vader erop gewezen dat [minderjarige 3] heeft aangegeven dat zij de achternaam van de moeder wil dragen.
Namens de gecertificeerde instelling is op de zitting aangegeven dat het belangrijk is dat er naar de kinderen wordt geluisterd, dat de kinderen centraal moeten worden gezet en dat de ouders zich aan de kinderen moeten aanpassen. Het is intensief dat de kinderen steeds weer met iemand moeten praten zonder dat er iets in hun situatie verandert. De vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling heeft benadrukt dat zij van mening is dat er eerst iets in de situatie moet veranderen en dat daarna moet worden bekeken of hulp nodig is voor de kinderen en/of de ouders of dat moet worden bijgestuurd.

Beoordeling

De rechtbank overweegt allereerst dat zij aanleiding ziet om in deze procedure te beslissen ten aanzien van zowel [minderjarige 1] als ten aanzien van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . De procedure is weliswaar aangevangen door de brieven van [minderjarige 1] , maar de rechtbank ziet aanleiding om deze uit te breiden naar [minderjarige 2] en [minderjarige 3] nu zij eenzelfde mening kenbaar hebben gemaakt. De kinderen uiten hun wens allemaal op een andere manier, maar de situatie van de kinderen is zodanig verweven dat de rechtbank in haar beslissing vooralsnog geen onderscheid wil maken tussen de kinderen.
De rechtbank stelt voorts vast dat sprake is van een ingewikkelde situatie. Er is al geruime tijd sprake van een situatie waarin de kinderen de vader in toenemende mate afwijzen. De ouders duiden deze afwijzing allebei op een verschillende manier en zijn het niet eens over de vraag hoe hiermee moet worden omgegaan. Het is duidelijk dat de ouders niet in staat zijn de situatie voor de kinderen te verbeteren. Ook is duidelijk dat de ondertoezichtstelling nog niet tot verbetering van de situatie van de kinderen heeft geleid. Het is de jeugdbeschermer tot op heden niet gelukt om de dynamiek te veranderen en samen met de ouders een situatie te bereiken waarin de kinderen met beide ouders onbelast contact kunnen hebben.
De rechtbank ziet zich in deze ingewikkelde situatie voor de vraag gesteld welke beslissing in het belang van de kinderen is. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat er verschillende belangen spelen die niet met elkaar in overeenstemming zijn. De rechtbank heeft oog voor de verschillende belangen en het feit dat beide ouders ervan overtuigd zijn dat zij handelen in het belang van de kinderen. Die overtuiging heeft echter een situatie veroorzaakt waarin de kinderen het gevoel hebben dat er niet naar hen wordt geluisterd. De rechtbank is van oordeel dat deze situatie moet worden doorbroken en neemt daarbij als uitgangspunt dat een beslissing moet worden genomen waarbij het belang van de kinderen voorop staat. De rechtbank kan op dit moment echter nog niet goed duiden welke beslissing het meest in het belang van de kinderen is.
Ingevolge artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De rechtbank kan dit doen als -in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige- de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouders of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige. De rechtbank moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht en daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking nemen. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
De rechtbank zal in het belang van de kinderen ambtshalve een bijzondere curator benoemen, nu naar het oordeel van de rechtbank sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 1:250 BW Pro. Uit de stukken en tijdens de gesprekken met de kinderen is gebleken dat de kinderen een bepaalde weerstand ervaren bij de naleving van de zorgregeling met de vader. Het is de rechtbank echter niet geheel duidelijk waar deze weerstand uit voortkomt en wat hieraan ten grondslag ligt. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat een bijzondere curator wordt benoemd om te onderzoeken wat de oorzaak is van hun weerstand en wat nodig is om de kinderen in deze situatie te ondersteunen. De rechtbank hoopt door de benoeming van de bijzondere curator meer zicht te krijgen op de mening en situatie van de kinderen en beter te kunnen beoordelen of het in het belang van de kinderen noodzakelijk is om ambtshalve een beslissing te nemen over wijziging van de zorgregeling.
Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank een bijzondere curator over de kinderen benoemen. Deze onafhankelijke persoon zal de kinderen vertegenwoordigen. De rechtbank stelt hierbij vast dat mogelijk sprake is van uiteenlopende rechtsbelangen van de kinderen, nu de positie van elk kind anders zou kunnen zijn. De rechtbank verzoekt de bijzondere curator om hiermee rekening te houden bij het vervullen van haar opdracht.
De rechtbank verzoekt de bijzondere curator om – voor zover mogelijk –:
  • te onderzoeken wat de wensen en behoeften van de kinderen ten aanzien van contact met de vader zijn en waar de weerstand tegen contact met de vader vandaan komt;
  • te onderzoeken op welke wijze de kinderen het contact met de vader minder belastend zouden vinden;
  • aan de hand van gesprekken met de kinderen (en de beide ouders en, indien door de bijzondere curator gewenst, ook de jeugdbeschermer) te bezien welke praktische afspraken gemaakt kunnen worden voor de invulling van een zorgregeling met de vader die recht doet aan de belangen van de kinderen;
  • aan de hand van de gesprekken met de kinderen (en de beide ouders) te bezien of er een mogelijkheid bestaat om de visie van de kinderen met de vader te delen en de kinderen daarbij, desgewenst, te begeleiden.
Het staat de bijzondere curator vrij om tussen de ouders en de kinderen te bemiddelen en te proberen tot een door alle betrokkenen gedragen oplossing te komen.
Van haar bevindingen dient de bijzondere curator eind maart 2026 schriftelijk verslag te doen aan de rechtbank en aan de beide ouders. De bijzondere curator kan zo nodig ook namens de kinderen een (aanvullend) verzoek doen tot wijziging van de zorgregeling. De rechtbank zal in afwachting van dit verslag een beslissing op de aanvraag aanhouden tot
15 april 2026.
Zo nodig zal de rechtbank na ontvangst van het schriftelijk verslag van de bijzondere curator nogmaals een behandeling ter zitting plannen waarvoor de beide ouders en de bijzondere curator zullen worden opgeroepen. De kinderen zullen dan mogelijk nogmaals door de rechtbank worden opgeroepen voor een gesprek.
Indien de rechtbank van oordeel is dat de bijzondere curator haar taak heeft volbracht, zal de rechtbank haar werkzaamheden voor deze procedure bij nadere beschikking als beëindigd beschouwen.
Voorlopige zorgregeling
Hoewel duidelijk is dat de rechtbank op dit moment nog niet goed kan duiden welke beslissing het meest in het belang van de kinderen is, is wel duidelijk dat de kinderen zich niet gehoord voelen door de volwassenen waarmee zij tot nu hebben gesproken. De rechtbank vindt het belangrijk om nu tegemoet te komen aan de wens van de kinderen door de zorgregeling voorlopig aan te passen in afwachting van het verslag en advies van de bijzondere curator.
Tijdens de zitting is erover gesproken om de zorgregeling overzichtelijker te maken met minder wisselingen. De rechtbank ziet in hetgeen tijdens de kindgesprekken en de zitting is besproken aanleiding om te bepalen dat de kinderen voorlopig negen dagen bij de moeder zullen zijn, gevolgd door vijf dagen bij de vader. De rechtbank wil hiermee tegemoet komen aan de wens van de kinderen en is van oordeel dat op deze manier meer rust voor de kinderen wordt gecreëerd. De vijf dagen dat de kinderen bij de vader zullen zijn, zullen worden gepland rondom het weekend dat de kinderen van de partner van de vader daar niet verblijven. Dit betekent dat de rechtbank zal bepalen dat de kinderen voorlopig om de week van woensdag na school tot maandag naar school bij de vader zullen zijn, in het weekend dat de kinderen van de partner van de vader daar niet zijn. Na ontvangst van het schriftelijk verslag van de bijzondere curator zal opnieuw worden beoordeeld wat het meest in het belang van de kinderen is voor wat betreft de zorgregeling.
Brief aan [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3]
De kinderrechter heeft de kinderen een brief geschreven om hen te laten weten wat er is gebeurd na het gesprek dat zij hadden. Volledigheidshalve staat de inhoud van die brief hieronder, zodat beide ouders daarvan op de hoogte zijn.
Beste [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] ,
Ik schrijf deze brief aan jullie allemaal, omdat ik het belangrijk vind dat jullie dezelfde boodschap krijgen. Dat betekent dat ik zal proberen het ook voor [minderjarige 3] begrijpelijk op te schrijven.
[minderjarige 1] , wij hebben elkaar in de afgelopen maanden twee keer gesproken. [minderjarige 3] , ik sprak jou ongeveer een maand geleden. Het was leuk om jullie te zien en goed om te horen wat jullie te vertellen hadden. [minderjarige 2] , ik sprak jou vorig jaar maar dit jaar niet nog een keer. Ik vind het jammer dat ik je nu niet heb gezien, maar ik begrijp heel goed dat je geen zin had om weer naar de rechtbank te komen.
[minderjarige 1] en [minderjarige 3] , jullie hebben allebei verteld hoe de situatie voor jullie is en wat jullie anders zouden willen. Het is duidelijk uit wat ik heb gelezen en uit wat jullie hebben gezegd dat jullie het gevoel hebben dat niemand naar jullie luistert. En dat het daarom eigenlijk geen zin meer heeft om te blijven zeggen dat jullie minder vaak bij jullie vader zouden willen zijn.
Ik heb jullie hopelijk al duidelijk uitgelegd dat ik altijd de belangen van iedereen moet overwegen voordat ik een beslissing neem. Dat betekent dat de beslissing soms anders is dan kinderen of ouders zouden willen. Maar ik moet wel altijd de beslissing nemen waarvan ik vind dat die in het belang is van een kind of kinderen. In dit geval dus de beslissing waarvan ik vind dat die in jullie belang is.
Ik heb tijdens de zitting gesproken met jullie ouders en een collega van de jeugdbeschermer. Zij hebben allemaal verteld wat zij vinden van de situatie en wat zij vinden dat er moet gebeuren. Het is duidelijk dat jullie ouders daar heel anders over denken. Het is mij ook heel duidelijk dat zij er zo over denken omdat zij het beste voor jullie willen. Maar zij zijn het er dus niet over eens wat het beste is.
Door alles wat ik heb gelezen en gehoord weet ik nog niet goed wat ik het beste voor jullie vind. Ik weet dat het vervelend voor jullie is als het allemaal nog langer duurt, maar ik vind dat ik toch eerst meer informatie moet hebben voordat ik een beslissing neem. Ik wil daarom – voordat ik beslis – meer informatie krijgen over hoe de situatie voor jullie is. En over de vraag of er iets zou kunnen veranderen waardoor het voor jullie makkelijker/fijner wordt. Daarom heb ik een bijzondere curator benoemd. Dat is iemand met een moeilijke naam maar met een minder moeilijke taak, namelijk om in deze zaak voor jullie belangen op te komen. Ik wil graag dat jullie met deze bijzondere curator, dat is mevrouw Yolande de Best, gaan praten. Zij kan dan – met jullie toestemming – weer aan mij vertellen wat jullie hebben gezegd en welke beslissing zij denkt dat in jullie belang is. Ik heb aan de bijzondere curator ook gevraagd om met jullie ouders te praten. En ik heb haar gevraagd om met jullie te bespreken of zij jullie kan helpen om met jullie vader te praten.
Wat ik voor nu het belangrijkste vind om aan jullie te laten weten, is dus dat ik iemand heb gevraagd om met jullie te gaan praten. Ik zal pas een definitieve beslissing nemen als ik van haar meer informatie heb gekregen.
Het gaat wel een tijdje duren voordat de bijzondere curator met iedereen heeft gesproken en voordat zij heeft opgeschreven wat haar ideeën zijn. Ik heb daarom besloten dat de regeling met jullie vader voorlopig, dat wil zeggen totdat ik iets anders beslis, wordt aangepast. Ik hoop dat de situatie voor jullie daardoor iets rustiger wordt, want ik heb besloten dat er minder wisselmomenten zullen zijn. De regeling zal namelijk voorlopig zo zijn dat jullie om de week van woensdag na school tot maandag naar school bij jullie vader zullen zijn. En ik heb daarbij gezegd dat dat in het weekend zal zijn dat de kinderen van de partner van jullie vader niet thuis zijn.
Als ik meer informatie heb gekregen komt er misschien weer een nieuwe zitting. Jullie krijgen dan weer een uitnodiging van de rechtbank om met mij te komen praten omdat ik graag hoor hoe het dan met jullie gaat. Als jullie daar geen zin in hebben dan hoeven jullie natuurlijk niet te komen. Jullie mogen niets doen, maar jullie mogen ook een briefje schrijven als jullie dat liever doen. [minderjarige 1] weet heel goed hoe dat moet. ;-)
Jullie hadden het misschien al gehoord, maar ik heb tijdens de zitting wel al beslist over de ondertoezichtstelling. Ik heb beslist dat die er nog een jaar is en dat er dus ook nog een jaar een jeugdbeschermer zal zijn. Ik vind het belangrijk dat de jeugdbeschermer blijft meedenken met jullie ouders om de situatie voor jullie beter te maken.
Ik wil jullie als laatste nog laten weten dat de inhoud van deze brief in de beslissing voor de volwassenen heb gezet, zodat ze weten wat ik jullie heb geschreven.
Misschien tot ziens!
Met vriendelijke groet,
de kinderrechter

Beslissing

De rechtbank:
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarigen:
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2016 in [geboorteplaats] ,
mevr. Yolande de Best
[e-mailadres]
[telefoonnummer]
verzoekt de griffier de gegevens van de ouders en de kinderen aan de bijzondere curator te verstrekken;
bepaalt dat de bijzondere curator eind maart 2026 schriftelijk verslag dient te doen aan de rechtbank en aan beide ouders; daarbij geldt dat de bijzondere curator, indien nog nodig, ook namens de kinderen een (aanvullend) verzoek kan doen tot wijziging van de zorgregeling;
bepaalt dat de moeder en de vader binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator, desgewenst, hierop schriftelijk kunnen reageren; deze reactie dient aan de rechtbank, aan de bijzondere curator en aan de andere ouder te worden toegezonden;
bepaalt dat de kinderen voorlopig bij de vader zijn om de week van woensdag na school tot maandag naar school, rondom het weekend dat de kinderen van de partner van de vader niet bij de vader en zijn partner verblijven;
houdt de behandeling van de aanvraag
betreffende de zorgregelingin afwachting van het voorgaande
pro forma aan tot 15 april 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, kinderrechter, bijgestaan door
D. van den Born als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 december 2025.