Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:27291

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
FA RK 24-8980 / C/09/677331
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling zorgregeling en kinderalimentatie na scheiding ouders

De rechtbank Den Haag heeft op 24 december 2025 een beschikking gegeven inzake de vaststelling van de zorgregeling en kinderalimentatie tussen de ouders van drie minderjarige kinderen. De ouders hadden een affectieve relatie gehad en oefenen gezamenlijk gezag uit over de kinderen, die bij de moeder staan ingeschreven. Na eerdere voorlopige afspraken over kinderalimentatie en zorgverdeling, verzocht de moeder om een definitieve vaststelling van de kinderalimentatie en zorgregeling.

Tijdens de mondelinge behandeling op 27 november 2025 zijn onder begeleiding van de rechtbank afspraken gemaakt over een zorgregeling waarbij de kinderen om de week van vrijdag 18:00 uur tot zondag 14:00 uur en iedere dinsdag tot 20:00 uur bij de vader verblijven. Ook is een vakantieschema overeengekomen. De rechtbank heeft rekening gehouden met de wensen van de jongste minderjarige, die nog moet wennen aan overnachtingen bij de vader.

Beide ouders hebben hun bereidheid uitgesproken deel te nemen aan een ouderschapsbemiddelingstraject om de communicatie en samenwerking te verbeteren. De rechtbank heeft de ouders hiertoe verwezen en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Ten aanzien van de kinderalimentatie is overeengekomen dat de vader vanaf 1 december 2025 een bedrag van €460,- per maand zal betalen. De rechtbank heeft deze afspraken bekrachtigd en het meer of anders verzochte afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank stelt de zorgregeling en kinderalimentatie vast conform de tussen partijen gemaakte afspraken en verwijst de ouders naar ouderschapsbemiddeling.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: C/09/677331
Zaaknummer: FA RK 24-8980
Datum beschikking: 24 december 2025

Vaststelling zorgregeling en kinderalimentatie

Beschikking op het op 16 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.G. Groen te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.J. Soriano te Amsterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 11 februari 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
  • het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek;
  • het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
  • het F9-formulier van 18 april 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage;
  • het F9-formulier van 14 november 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 26 november 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen.
De minderjarige [de minderjarige 1] heeft zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek. De minderjarigen [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 27 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats] .
- De vader heeft de kinderen erkend. De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De kinderen staan ingeschreven op het adres van de moeder.
- Bij proces-verbaal van de behandeling in kort geding op 16 januari 2025 zijn partijen ter beëindiging van het geschil – voor zover hier van belang – overeengekomen dat:
- de vader aan de moeder een voorlopige kinderalimentatie van € 250,- per maand
zal betalen voor alle drie de kinderen samen, met ingang van 1 februari 2025 bij vooruitbetaling te voldoen,
- de kinderen op dinsdag uit school tot 18.00 uur bij de vader verblijven, waarbij de vader de jongste ophaalt uit school en de oudste twee op eigen gelegenheid naar de vader gaan en dat de kinderen op zaterdag van 13.00 uur tot 18.00 uur bij de vader verblijven, met ingang van 18 januari 2025.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt – na wijziging – :
- te bepalen dat de vader aan de moeder een bedrag van in totaal € 581,- per maand zal betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen (zijnde € 193,67 per kind per maand), ingaande de datum van het verzoekschrift, althans die bijdrage vast te stellen op een zodanige bijdrage met ingang van een zodanige datum door de rechtbank in goede justitie te bepalen, bij vooruitbetaling te voldoen voor de eerste van iedere maand;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de vader zelfstandig verzocht:
- een zorgregeling vast te stellen conform de regeling als in randnummer 31 van het verweerschrift genoemd, althans enige zorgregeling tussen de vader en de kinderen vast te stellen zoals de rechtbank in goede justitie zal menen te behoren;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Vaststelling zorgregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen daaromtrent op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Nu tijdens de mondelinge behandeling een schikking op de voet van het vijfde lid van dat wetsartikel tussen de ouders onmogelijk is gebleken, zal de rechtbank een beslissing nemen die haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
Onder begeleiding van de rechtbank hebben de ouders op de zitting afspraken gemaakt over de zorgregeling. Zij zijn overeengekomen dat de kinderen, vanaf het weekend van 12, 13 en 14 december 2025, om de week van vrijdag 18:00 uur tot zondag 14:00 uur, alsmede iedere dinsdag uit school tot 20:00 uur, bij de vader verblijven. De vader zal hierbij het halen en brengen voor zijn rekening nemen.
Ten aanzien van de vakanties zijn de ouders overeengekomen dat de kinderen één week van de zomervakantie en één week van de kerstvakanties bij de vader verblijven. Zij zullen in onderling overleg bepalen welke weken dit betreft en kunnen hierover verdere afspraken maken tijdens het ouderschapsbemiddelingstraject waaraan zij zullen deelnemen, zoals hierna zal blijken.
De rechtbank zal conform de overeenstemming tussen de ouders een zorgregeling, inclusief vakantieregeling, vaststellen. Daarbij merkt de rechtbank op dat [de minderjarige 2] heeft aangegeven dat zij het fijn vindt bij de vader, maar dat het voor haar nog spannend is om bij hem te blijven slapen. Daarom acht de rechtbank het van belang dat de ouders haar de ruimte geven om hieraan te wennen. Dit betekent dat de ouders haar de tijd geven die zij nodig heeft, voordat zij een heel weekend bij de vader blijft slapen.
Ouderschapsbemiddeling
Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling om de onderlinge communicatie te verbeteren, om nadere afspraken te maken over de kinderen en om het onderlinge vertrouwen tussen de ouders te herstellen. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
De rechtbank overweegt daarbij dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie geen eindrapportage behoeft in te dienen bij de rechtbank en ook geen eindrapportage aan de Raad behoeft toe te zenden, maar alleen aan de ouders dient te rapporteren. De rechtbank zal de zaak namelijk niet aanhouden in afwachting van dit traject en op alle verzoeken van de ouders thans een eindbeslissing geven. Het is aan de ouders om gedurende het traject de communicatie te verbeteren en waar nodig samen tot nadere afspraken te komen.
Kinderalimentatie
De ouders hebben op de zitting afspraken gemaakt over de kinderalimentatie. Zij zijn overeengekomen dat de vader, met ingang van 1 december 2025, een bedrag van € 460,- per maand aan kinderalimentatie zal betalen ten behoeve van de kinderen. De rechtbank zal conform de overeenstemming tussen de ouders een kinderalimentatie vaststellen.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt als zorgregeling dat de kinderen als volgt bij de vader zijn:
  • iedere dinsdag uit school tot 20:00 uur;
  • om het weekend van vrijdag 18:00 uur tot zondag 14:00 uur;
  • één week gedurende de zomervakantie, in onderling overleg te bepalen welke week dit betreft;
  • één week gedurende de kerstvakantie, in onderling overleg te bepalen welke week dit betreft;
waarbij de vader het halen en brengen voor zijn rekening zal nemen;
*
bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van 1 december 2025, een kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen van € 460,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de moeder] , (de moeder)
wonende te [adres 1] ,
en
[de vader] , (de vader)
wonende te [adres 2] ,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van deze beschikking te zenden naar: Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 december 2025.