ECLI:NL:RBDHA:2025:27290

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/674943
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:401 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek wijziging hoofdverblijfplaats en kinderalimentatie minderjarige kinderen

Partijen zijn ex-echtgenoten en ouders van twee minderjarige kinderen. Bij eerdere beschikking is bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader is en dat de vader geen kinderalimentatie aan de moeder betaalt. De moeder verzoekt wijziging van de hoofdverblijfplaats van een kind naar haar en een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding. De vader verzet zich hiertegen en verzoekt tevens de volledige kinderbijslag toe te kennen.

De rechtbank overweegt dat de moeder geen belang heeft bij wijziging van de hoofdverblijfplaats omdat zij het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop ook kan ontvangen zonder dat het kind bij haar woont. De vader heeft geen belang meer bij toewijzing van zijn verzoek tot volledige kinderbijslag. De rechtbank wijst beide verzoeken af.

Ten aanzien van de wijziging van de kinderalimentatie stelt de rechtbank vast dat de hoofdverblijfplaats van het kind bij de vader blijft en dat de moeder haar verzoek onvoldoende heeft onderbouwd. Het verzoek wordt afgewezen. Het verzoek van de vader om de moeder te verbieden opnieuw te procederen over de hoofdverblijfplaats wordt niet-ontvankelijk verklaard. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.

Uitkomst: Verzoeken tot wijziging hoofdverblijfplaats en kinderalimentatie worden afgewezen; iedere partij draagt eigen proceskosten.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-7789
Zaaknummer: C/09/674943
Datum beschikking: 24 december 2025

Hoofdverblijfplaats en wijziging kinderalimentatie

Beschikking op het op 17 oktober 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. Rijsdam te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

De vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. Ekholm te Leiden.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 22 november 2024 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
  • het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken;
  • het F9-formulier van 16 november 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 19 november 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over de verzoeken.
Op 27 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat en vergezeld door een tolk A. Cherradi;
  • [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

  • Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van 2002 tot 2021.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats] .
- Daarnaast zijn zij de ouders van de volgende meerderjarige kinderen:
- [meerderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2004 te [geboorteplaats] ,
- [meerderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 4] 2006 te [geboorteplaats] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de (minderjarige) kinderen uit.
  • Bij beschikking van 21 december 2021 van deze rechtbank is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken. Daarnaast is – voor zover hier van belang – bepaald dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de hoofdverblijfplaats bij de vader zullen hebben en is de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie op nihil gesteld.
  • Bij beschikking van 17 mei 2023 van het Gerechtshof Den Haag is – voor zover hier van belang – de beschikking van 21 december 2021 van deze rechtbank bekrachtigd ten aanzien van de hoofdverblijfplaats en de kinderalimentatie.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt – na wijziging –:
  • te bepalen dat [minderjarige 2] zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder zal hebben;
  • te bepalen dat de vader aan de moeder een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding dient te leveren ten behoeve van [minderjarige 2] van € 150,- per maand, althans een bedrag welke de rechtbank juist acht;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de vader zelfstandig verzocht:
  • te bepalen dat aan de vader toekomt de volledige kinderbijslag ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
  • de moeder te verbieden om weer een procedure te starten over de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen;
  • te bepalen dat de moeder wordt veroordeeld in de algehele proceskosten;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft op de zitting verweer gevoerd tegen de zelfstandige verzoeken van de vader.

Beoordeling

Hoofdverblijfplaats
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen daaromtrent op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Nu tijdens de mondelinge behandeling een schikking op de voet van het vijfde lid van dat wetsartikel tussen de ouders onmogelijk is gebleken, zal de rechtbank een beslissing nemen die haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt.
Inhoudelijk oordeel
Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken, is de rechtbank het volgende gebleken. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vader. Voor hen geldt een co-ouderschapsregeling, waarbij de ouders ieder de helft van de kinderbijslag ontvangen. Geen van beide ouders ontvangt op dit moment het kindgebonden budget of de alleenstaande ouderkop.
De moeder verzoekt de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij haar te bepalen, zodat zij zowel het kindgebonden budget als de alleenstaande ouderkop kan aanvragen.
De vader verweert zich tegen het verzoek van de moeder, maar heeft er geen bezwaar tegen dat zij het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop ontvangt.
De rechtbank overweegt als volgt. Zoals op de zitting besproken, kan de hoofdaanvrager van de kinderbijslag ook het kingebonden budget en de alleenstaande ouderkop aanvragen. Daarvoor is niet vereist dat het kind zijn of haar hoofdverblijfplaats bij de hoofdaanvrager heeft. Dit betekent dat de moeder, als zij de hoofdaanvrager van de kinderbijslag is, deze toeslagen kan aanvragen.
De rechtbank gaat ervan uit dat de moeder de hoofdaanvrager van de kinderbijslag is, dan wel dat de ouders onderling zullen regelen dat de moeder de hoofdaanvrager van de kinderbijslag wordt, zoals op zitting is besproken. Gelet daarop zal de rechtbank het verzoek van de moeder afwijzen wegens gebrek aan belang.
Daarnaast is op de zitting besproken dat de ouders de kinderbijslag zullen blijven delen en daarvan de verblijfskosten van de kinderen zullen betalen. De moeder zal de verblijfsoverstijgende kosten van [minderjarige 2] betalen, omdat zij voortaan het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop zal ontvangen. Een uitzondering hierop zijn de zorgverzekering en de medische kosten van [minderjarige 2] . Deze kosten, waaronder ook de kosten voor een eventuele beugel, zijn voor rekening van de vader.
Kinderbijslag
De vader verzoekt te bepalen dat de volledige kinderbijslag ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan hem wordt toegekend. Gelet op de hierboven gemaakte afspraken heeft de vader geen belang meer bij toewijzing van zijn verzoek. Het verzoek van de vader zal dan ook worden afgewezen.
Wijziging kinderalimentatie
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:401 eerste Pro lid BW kan een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud bij latere rechterlijke uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, wanneer zij nadien door een wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen. Op grond van artikel 1:401 vierde Pro lid BW kan een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud bij latere rechterlijke uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, indien zij van de aanvraag af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegeven is uitgegaan.
Inhoudelijk oordeel
De moeder verzoekt de kinderalimentatie, zoals vastgesteld in de beschikking van 21 december 2021, ten behoeve van [minderjarige 2] te wijzigen. Zij stelt dat als de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij haar wordt bepaald, zij wel behoefte heeft aan een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding.
De vader voert verweer. Hij is van mening dat er geen gewijzigde omstandigheden zijn die een wijziging van de kinderalimentatie rechtvaardigen.
De rechtbank overweegt als volgt. [minderjarige 2] heeft en houdt zijn hoofdverblijfplaats bij de vader. Daarmee zijn er geen gewijzigde omstandigheden op basis waarvan de kinderalimentatie gewijzigd kan worden. Bovendien heeft de moeder haar verzoek niet onderbouwd met (financiële) stukken. Het verzoek van de moeder zal dan ook worden afgewezen.
Verbieden te procederen over de hoofdverblijfplaats
De vader verzoekt de moeder te verbieden opnieuw een procedure te starten over de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen. De rechtbank constateert dat er geen grondslag is voor een dergelijk verzoek. De rechtbank zal de vader dan ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek.
Proceskostenveroordeling
De vader verzoekt de moeder in de algehele proceskosten te veroordelen. Hij stelt dat de moeder hem onterecht in een procedure betrekt. Hiervoor moet hij een lening afsluiten voor de advocaatkosten, terwijl de moeder op toevoegingsbasis procedeert.
De moeder voert verweer. Volgens haar is deze procedure niet voor niets gestart en is er sprake van een andere situatie dan voorheen.
In verzoekschriftprocedures tussen ex-partners wordt terughoudend omgegaan met een proceskostenveroordeling om te voorkomen dat de relatie tussen partijen verder wordt belast. Als hoofdregel geldt dan ook dat iedere partij de eigen kosten draagt. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt van deze hoofdregel afgeweken, bijvoorbeeld als kosten zijn ontstaan door een onredelijke houding van de wederpartij. Deze nodeloze kosten kunnen dan ten laste worden gebracht van de partij die deze heeft veroorzaakt.
De rechtbank overweegt dat de vader zelfstandige verzoeken heeft ingediend. Gelet daarop ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van de hierboven omschreven hoofdregel, en zal zij de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
wijst af het verzoek van de moeder ten aanzien van de hoofdverblijfplaats en de kinderalimentatie;
*
wijst af het verzoek van de vader ten aanzien van de kinderbijslag en de proceskosten;
*
verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek om de moeder te verbieden opnieuw een procedure te starten over de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 december 2025.