Uitspraak
Hoofdverblijfplaats en wijziging kinderalimentatie
Beschikking op het op 17 oktober 2024 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 22 november 2024 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken;
- het F9-formulier van 16 november 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen;
- het F9-formulier van 19 november 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en vergezeld door een tolk A. Cherradi;
- [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van 2002 tot 2021.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- Bij beschikking van 21 december 2021 van deze rechtbank is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken. Daarnaast is – voor zover hier van belang – bepaald dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de hoofdverblijfplaats bij de vader zullen hebben en is de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie op nihil gesteld.
- Bij beschikking van 17 mei 2023 van het Gerechtshof Den Haag is – voor zover hier van belang – de beschikking van 21 december 2021 van deze rechtbank bekrachtigd ten aanzien van de hoofdverblijfplaats en de kinderalimentatie.
Verzoek en verweer
- te bepalen dat [minderjarige 2] zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder zal hebben;
- te bepalen dat de vader aan de moeder een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding dient te leveren ten behoeve van [minderjarige 2] van € 150,- per maand, althans een bedrag welke de rechtbank juist acht;
- te bepalen dat aan de vader toekomt de volledige kinderbijslag ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
- de moeder te verbieden om weer een procedure te starten over de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen;
- te bepalen dat de moeder wordt veroordeeld in de algehele proceskosten;