ECLI:NL:RBDHA:2025:27276

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
NL25.54652 en NL25.54653
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 Vw 2000Art. 30b Vw 2000Art. 31 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Sierra Leoonse demonstrant wegens ongeloofwaardige identiteit en onvoldoende bewijs vervolging

Eiser, een Sierra Leoonse nationaliteit dragende man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vermeende vervolging na deelname aan protesten tegen de verplaatsing van een generator. Hij stelde dat hij vooraan stond bij demonstraties en vreest te worden gedood door autoriteiten.

De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende documenten overlegd had en zijn identiteit niet geloofwaardig werd geacht. De rechtbank bevestigt dit oordeel, wijzend op tegenstrijdige verklaringen over het bezit van een paspoort en het ontbreken van verschoonbare redenen voor het niet overleggen van documenten.

Daarnaast vond de rechtbank de gestelde problemen vanwege deelname aan protesten niet aannemelijk onderbouwd. De overgelegde nieuwsartikelen en verklaringen boden onvoldoende bewijs van persoonlijke vervolging of negatieve aandacht van autoriteiten.

De rechtbank concludeert dat de minister de aanvraag terecht heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag af en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.54652 (beroep) en NL25.54653 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. J. de Jong),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M. van Kesbergen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening.
1.1.
Eiser heeft op 26 juni 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het besluit van 6 november 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. [1] Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank. Ook heeft hij verzocht om een voorlopige voorziening.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 18 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Als tolk was aanwezig P. Oronsaye.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiser heeft de Sierra Leoonse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1987. Hij heeft – kort samengevat – het volgende aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiser heeft problemen ondervonden vanwege zijn deelname aan demonstraties tegen de verplaatsing van de generator van Makeni naar een andere plaats. Tijdens deze demonstraties stond eiser vooraan, mede omdat hij vermoedde dat zijn vader gevangen is genomen vanwege zijn functie bij de NPA [2] . Na de demonstraties is de politie eisers huis binnengevallen. Bij terugkeer vreest eiser te worden gedood door de autoriteiten vanwege zijn deelname aan de demonstraties.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bestaat volgens verweerder uit de volgende asielmotieven:
identiteit, nationaliteit en herkomst;
politieke mening over Sierra Leone; en
problemen vanwege zijn deelname aan de protesten.
3.1.
Verweerder vindt eisers nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar zijn identiteit niet. Eiser heeft volgens verweerder onvoldoende documenten overgelegd en hij heeft daar geen goede verklaring voor. [3] Wel vindt verweerder eisers politieke mening over Sierra Leone geloofwaardig. Eisers gestelde problemen vanwege zijn deelname aan de protesten vindt verweerder niet geloofwaardig. De verklaringen van eiser over dit asielmotief vormen volgens verweerder namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel. [4] Tot slot heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij voor wat betreft de geloofwaardig geachte asielmotieven een vrees voor vervolging heeft [5] of een reëel risico op ernstige schade loopt [6] bij terugkeer naar Sierra Leone. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser een identiteits- of reisdocument heeft vernietigd of weggemaakt [7] .
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn asielaanvraag en voert – kort samengevat – het volgende aan. Eiser stelt dat hij met de overgelegde kopieën van zijn identiteitskaart en zijn paspoort zijn identiteit heeft aangetoond. De originelen heeft hij ook in zijn bezit. Ook zijn de problemen die hij heeft ondervonden vanwege zijn deelname aan de demonstraties geloofwaardig. Eiser heeft vanwege de arrestatie van zijn vader aan deze protesten deelgenomen en stond daarbij vooraan. De overgelegde artikelen [8] bevestigen dat eiser door zijn deelname problemen heeft gekregen en dat hij hiervoor in Sierra Leone wordt vervolgd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiser kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank dat uit.
Mocht verweerder de identiteit van eiser niet geloofwaardig vinden?
6. In beroep stelt eiser zich op het standpunt dat zijn identiteit geloofwaardig is, omdat hij kopieën van zijn paspoort en identiteitsbewijs heeft overgelegd en stelt dat hij ook de originelen in bezit heeft. Ter zitting heeft eiser verklaard dat hij dit paspoort begin dit jaar heeft ontvangen. Het aanmeldgehoor heeft echter plaatsgevonden op 21 juni 2025, en tijdens dat gehoor heeft eiser verklaard dat hij zijn paspoort was kwijtgeraakt. [9] Verweerder heeft hierin aanleiding mogen zien voor het standpunt dat deze verklaring afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van eisers identiteit, nu eiser kennelijk ten tijde van het gehoor beschikte over een (nieuw) paspoort.
6.1.
Dat eiser ter zitting heeft verklaard dat hij ervan uitging dat de vragen tijdens het gehoor betrekking hadden op zijn oude paspoort, heeft verweerder niet hoeven volgen. Uit de vraagstelling blijkt immers dat is gevraagd naar zijn paspoort in algemene zin en niet specifiek naar een eerder kwijtgeraakt document. Daarbij komt dat eiser op de vraag of hij nog andere documenten wilde overleggen, ontkennend heeft geantwoord. [10] De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat eisers verklaringen ter zitting de bestaande twijfel over zijn identiteit niet heeft weggenomen. Dat eiser stelt dat hij niet wist dat hij identiteitsdocumenten moest overleggen en dit pas na de afwijzing heeft ingezien, heeft verweerder niet als een verschoonbare reden hoeven aanmerken. Tijdens de procedure is immers op meerdere momenten het belang van het overleggen van identiteitsdocumenten benadrukt.
6.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in deze omstandigheden geen aanleiding hoeven zien om in deze procedure nader onderzoek aan te bieden naar het door eiser genoemde paspoort. Verweerder heeft dan ook voldoende gemotiveerd dat de identiteit van eiser ten tijde van het bestreden besluit ongeloofwaardig was, al omdat op dat moment geen kopie van het paspoort was overgelegd. De later overgelegde kopie en het gestelde bezit van het origineel leiden niet tot een ander oordeel, nu verweerder niet gehouden was om hiernaar alsnog nader onderzoek te verrichten.
Mocht verweerder eisers gestelde problemen vanwege zijn deelname aan de protesten ongeloofwaardig vinden?
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat eisers gestelde problemen vanwege zijn deelname aan de protesten ongeloofwaardig zijn. Zo heeft verweerder mogen vinden dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verweerder heeft in dat kader mogen tegenwerpen dat eiser geen specifieke rol had tijdens de protesten waardoor het niet aannemelijk is dat eiser vanwege zijn deelname vervolgd wordt. Dat eiser aanvoert dat hij vanwege de arrestatie van zijn vader deelnam aan de demonstratie en daarbij vooraan stond, maakt dat niet anders. Daaruit volgt immers niet zonder meer dat eiser in de negatieve belangstelling staat van de autoriteiten van Sierra Leone.
7.1.
Ook de overgelegde nieuwsartikelen maken dit oordeel niet anders, nu deze eisers gestelde problemen onvoldoende onderbouwen. Ten aanzien van het overgelegde online nieuwsartikel in de
Freetown Daily Newspaperheeft verweerder het standpunt ingenomen dat het bevreemdend is dat het artikel op 8 september 2025 is gepubliceerd, terwijl eiser in 2020 heeft deelgenomen aan de protesten. Ook kan eiser verder weinig vertellen over de herkomst en de totstandkoming van het artikel. De rechtbank kan verweerders standpunt volgen en is van oordeel dat verweerder heeft mogen vinden dat het artikel geen concreet bewijs bevat van eisers persoonlijke betrokkenheid bij de demonstraties of van de vervolging die hij daardoor zou ondervinden. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat het artikel geen verbanden legt tussen de gestelde arrestatie van eisers vader en de mogelijke vervolging van eiser door de autoriteiten. Bovendien heeft eiser geen informatie gegeven over de totstandkoming van het artikel. Zo wekt de inhoud uit het artikel bijvoorbeeld de indruk dat eiser zou zijn geïnterviewd omdat er citaten zijn opgenomen van wat eiser zou hebben gezegd. Eiser heeft echter verklaard dat hij niet wist dat dit artikel was geschreven en hij hiervoor niet is geïnterviewd. [11]
7.2.
Ook aan het online nieuwsartikel uit de
Day Break Newspapershoefde verweerder geen andere waarde toe te kennen dan hij heeft gedaan. Verweerder heeft het opmerkelijk mogen vinden dat eiser dit artikel pas in beroep heeft overgelegd terwijl dit artikel al op 19 juli 2020 gepubliceerd zou zijn. Daarnaast komt de inhoud van het artikel niet overeen met eisers eigen verklaringen. Het artikel vermeldt dat eiser werd aangewezen als een van de hoofdverdachten voor het plannen en organiseren van het protest, terwijl eiser zelf heeft verklaard dat hij de demonstratie niet heeft georganiseerd. [12]
Mocht verweerder vinden dat eiser bij terugkeer geen gegronde vrees heeft voor vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade?
8. Zoals overwogen in rechtsoverwegingen 6 tot en met 7.2 heeft verweerder eisers identiteit en de gestelde problemen vanwege zijn deelname aan de protesten ongeloofwaardig mogen vinden. Verweerder heeft dan ook kunnen stellen dat eiser voor wat betreft dit asielmotief geen gegronde vrees heeft voor vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade [13] . Eiser heeft hiertegen geen beroepsgronden ingediend.
Mocht verweerder de asielaanvraag afwijzen als kennelijk ongegrond?
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de asielaanvraag mogen afwijzen als kennelijk ongegrond. [14] Zoals onder rechtsoverwegingen 6.1 en 6.2 overwogen, heeft verweerder eiser mogen tegenwerpen dat hij onvoldoende documenten heeft overgelegd en geen verschoonbare reden heeft voor het ontbreken daarvan. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de afwijzing van de aanvraag als kennelijk ongegrond dan ook voldoende heeft onderbouwd.

Conclusie en gevolgen

10. Gelet op het voorgaande, komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag van eiser in stand blijft.
11. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
12. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L.C.C. Bakx, griffier.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000.
2.National Power Authority.
3.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000.
4.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000.
5.Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000.
6.Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000.
7.Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000.
8.Freetown Daily Newspaper, 8 september 2025, Makeni Killings: Protesters Were Simply Exercising Their Right - Oludayo Fagbemi; Day Break Newspaper SL, 19 juli 2020, A Case and Enquiry File Recorded on 19th July, 2020, commenced at 09:00 hrs at the Criminal Investigations Department (CID) Makeni Police Station in Makeni, against [eiser] .
9.Verslag van het aanmeldgehoor van 21 juni 2025, p. 6.
10.Idem, p. 8.
11.Verslag van het nader gehoor van 30 oktober 2025, p. 16.
12.Idem, p. 13.
13.Als bedoeld in de artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw 2000.
14.Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000.